taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 3 | Derde conferentie Het Schoolvak Nederlands (1988)


Bijdrage: Eindtermen Nederlands, een eerste reactie (Kees Sluis)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

- 23 -

Bij communicatiesituaties (S   L) is sprake van een hogere abstractiegraad, wanneer de ander verderaf is (ruimtelijk), in het verleden of in de toekomst leeft (temporeel) of de ander niet van jouw eigen groep is (psycho-sociaal). Ook voor de afstand tussen taalgebruiker en onderwerp is sprake van een hogere abstractie bij complexere teksten, waar de lezer/luisteraar niet te nauw bij betrokken is.

Maar een dergelijke 'notie' is mijns inziens een onvoldoende basis om een onderscheid tussen het algemene en hogere niveau op te baseren.

De notie heeft bij de Eindtermencommissie tot het volgende onderscheid geleid: alléén het hogere niveau moet een conclusie kunnen trekken, een getrokken conclusie kunnen beoordelen of een overtuigende tekst kunnen lezen. Het lagere niveau hoeft dit allemaal niet. Naar mijn oordeel wordt de notie van abstractiegraad van Van Peer & Tielemans in dit geval misbruikt. Deze auteurs zeggen immers zelf (a.) dat er sprake is van een continuüm met steeds groter en kleiner wordende afstand (p.174) en (b.) dat de afstand ook bijvoorbeeld binnen een gesprek voortdurend kan verschillen (hoofdstuk X). De Eindtermencommissie heeft hierin dus het verkeerde spoor gevolgd. Mijns inziens zou het uitgangspunt van een commissie die zich met basisvorming bezighoudt, moeten zijn: wat voor vaardigheden moeten we de leerlingen aanleren om hen volwaardig in de samenleving te laten meedraaien? Een notie 'meer dan volwaardig' kan ik niet bedenken. Of die zou te maken hebben met bijvoorbeeld méér theoretisch onderbouwd of in méér situaties geoefend.

Hiermee ben ik dan weer terug bij het meer/minder-principe, dat ik in de aanvang van deze paragraaf noemde. Mijns inziens is er momenteel geen beter te verantwoorden principe voor het niveau-onderscheid te bedenken.

4. Conclusie.

Na de vakdidactische handboeken voor de inhoud van het vak ("Zeggenschap" in de 70-er, "Moedertaaldidactiek" in de 80-er jaren) hebben we nu in het verlengde van deze boeken liggende eindtermen gekregen.

Een logische ontwikkeling eigenlijk. Maar integrale invoering van deze concept-eindtermen is momenteel mijns inziens niet mogelijk en op enkele punten zelfs ongewenst.

Onmogelijk en ongewenst vanuit het belang van de leerlingen:

  1.  deze eindtermen zijn voor hen voor een deel onbereikbaar, dat geldt zeker als hun afkomst, sexe en culturele bepaaldheid niet in hun voordeel werkt;

  2.  deze eindtermen verdelen de leerlingen wel erg rigoreus in twee soorten: die van de 'weters' en die van de 'niet-weters'.

Onmogelijk en ongewenst vanuit het belang van de leerkrachten: 1. met sommige voorstellen in deze eindtermen is nog nauwelijks

ervaring opgedaan, met name bij het lees- en het

taalbeschouwingsonderwijs. Eerst zijn op deze punten

experimenten en nascholing nodig;

© Nederlandse Taalunie, 2000-2010 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties