Doorzoek alle bundels


Bundel 3 | Derde conferentie Het Schoolvak Nederlands (1988)

Bijdrage: Voorgestelde veranderingen in leerplan en eindexamenprogramma Nederlands van de bovenbouw HAVO en VWO (VO-2) en mogelijke gevolgen voor de taken van leraren Nederlands (Frans Zwitserlood)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

- 269 -

Een tweede motief betreft het interne rendement van de VO-richtingen: in 1986 slaagde 86 procent van de kandidaten voor het VWO-examen; het HAVO-diploma werd behaald door 79 procent van de eindexamenkandidaten.

Een derde motief ligt in de hoge studieuitval en studievertraging van de studenten in het HBO zelf. Van de MBO-, VWO- en HAVO-afgestudeerden die deelnemen aan het HBO, vertoont de laatste groep de grootste studievertraging en -uitval. De cijfers voor het afstuderen binnen de nominale cursusduur en voor het al dan niet behalen van een HBO-diploma verschillen duidelijk over de hele spreiding van het HBO, van sociale academie tot hoger technisch onderwijs.8

De diverse rendementsproblemen motiveerden tot de ontwikkeling van een beleid gericht op verandering van de inrichting van de tweede fase van het voortgezet onderwijs.

Aansluitingsverbetering promoveerde tot beleidskern.

Het 'advies ontwikkelingsplan HAVO/VWO bovenbouw' Op breed spoor uit 1986 koos primair voor een dubbele ontwikkelingslijn: verbetering van onderwijsinrichting en van leerlingbegeleiding enerzijds, van vakinhouden en didactiek anderzijds.

Prioriteit kreeg de ontwikkeling van het HAVO, waar "de discrepantie tussen het onderwijsaanbod en de presentatie enerzijds en de leerstijl, belangstellingsrichting en gewenste pedagogische benadering anderzijds" (p.21) groot werd bevonden.

Het overwegend academisch gerichte HAVO-leerplan diende meer praktisch en gebruiksgericht gemaakt te worden, dus sterker gerelateerd aan gebruik in beroepssituaties of beroepsopleidingen; de didactiek diende daar eveneens op te worden afgestemd.

Ook het VWO-leerplan moest flexibeler worden, méér variatie aanbieden, "voorlopig in de vorm van keuzeonderdelen; uiteindelijk (zeker voor een aantal vakken) in de vorm van af sluitingsvarianten, meer gebruiksgericht en meer disciplinegericht" (p.36).

De vernieuwde leerplannen dienden aan te sluiten op studie-vaardigheidsbevordering en buitenschools leren.

Remediëring en leerlingbegeleiding zouden kunnen profiteren van een nieuwe ordening van de leerplannen in kavels of modulen. En door een synchrone ontwikkeling van HAVO en VWO zouden tenslotte de mogelijkheden tot aansluiting tussen beide benut kunnen worden.

De verwachting was dat, naarmate het proces van modulering gestalte zou krijgen zowel in hoger onderwijs als in het voortgezet onderwijs, aansluitingsproblemen kunnen worden beperkt doordat de mogelijkheid ontstaat op het niveau van de individuele student en de individuele onderwijsroute eisen te formuleren en te vergelijken, deficiënties vast te stellen, aan te geven welke modulen er gevolgd moeten worden en gaten te dichten en opstapjes te benutten.

Idealiter: aansluiting VHO/HO als maatwerk; stroomlijning door gedetailleerde onderlinge afstemming.