taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Derde conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 3 | Derde conferentie Het Schoolvak Nederlands (1988)


Bijdrage: Voorgestelde veranderingen in leerplan en eindexamenprogramma Nederlands van de bovenbouw HAVO en VWO (VO-2) en mogelijke gevolgen voor de taken van leraren Nederlands (Frans Zwitserlood)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

- 279 -

4. Vooral in kringen van toetsontwikkelaars en onderwijsonderzoekers toont men zich de laatste tijd geïnteresseerd in de mogelijkheden om arqumentatievaardiqheden tussen lees- en schrijfvaardigheden een scharnierfunctie te geven (bijvoor beeld Oostdam en Emmelot 1988).

Op argumentatievaardigheden wordt in het voortgezet onderwijs nauwelijks doelbewust getraind. Wel wordt bij discussiëren, kritisch lezen en luisteren, samenvatten en het schrijven van betogende teksten in feite steeds ook een beroep gedaan op de hantering van brokstukken argumentatieanalyse en argumentatie-methodiek.

Kan 'argumentatievaardigheid', met het oog op de verbetering van de aansluiting tussen voortgezet en hoger onderwijs, een cruciaal deel gaan uitmaken van de 'groeikern' van het schoolvak Nederlands? Hoe valt argumentatievaardigheid als spil van al dan niet communicatief competent handelen aan te tonen in de naschoolse domeinen van 'verder leren, werken en leven', zoals de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid dat formuleerde?

Maar ook: hoe groot is het risico dat de toetsing van argumentatievaardigheid binnen een CSE de vorm aanneemt van een multiple-choice-test: 'In de voorgelegde tekst is sprake van een drogreden van het type 1    , 2    ?'

9. Kwaliteitsverbetering van HAVO en VWO door differentiatie

Voor deze kabinetsperiode houdt staatssecretaris Ginjaar-Maas het op uitbreiding en verplichtstelling van vakken als oplossing voor de scholingsbehoeften op de arbeidsmarkt: het oplappen van het oude stelsel. De integratie van HAVO en VWO uit de Lyceumnota van 1985 is om politieke redenen - eerst moet de afronding van de basisvorming er zijn - even op ijs gezet, maar naar verwachting zal dat idee de komende kabinetsperiode weer opduiken. En dan als herstructureringsvoorstel waarvan modulering van het onderwijs in de bovenbouw een pijler zal zijn.16

Daarmee is voor de tweede fase van het secundair onderwijs beslist geen integratie als hoofddoelstelling gehanteerd (vergelijk Dobbe 1983, p.220). Het Nederlandse onderwijsstelsel vertoont steeds duidelijker een verticale tweedeling, waarbij de eerste periode gekarakteriseerd is door eenheid, de tweede door verscheidenheid. Als 'voor allen hetzelfde' komt de eenheid' - in elk geval in het onderwijsaanbod - tot uiting in de basisschool; in de plannen voor de basisvorming, en vooral in de amenderingen van de kant van het bedrijfsleven en de VVD, toont ze zich al heel wat 'gedifferentieerder'.

"De verscheidenheid, in beroepsopleidingen en algemeen vormend onderwijs, komt tot uitdrukking zowel in niveau: van KMBO tot universiteit, als in richting: van timmerman tot theoloog. Kenmerkt de periode van eenheid zich door een streven naar zoveel mogelijk dezelfde leerinhouden voor alle leerlingen, de periode van verscheidenheid kenmerkt zich door keuzemogelijkheden en het inspelen op eisen vanuit de maatschappij, in het bijzonder de arbeidsmarkt.

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties