taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Derde conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 3 | Derde conferentie Het Schoolvak Nederlands (1988)


Bijdrage: Tekstopbouw (Jos Boven)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

- 35 -

II. ZELF TEKSTEN SCHRIJVEN

Spreken doe je meer dan schrijven. Het is dus niet zo verwonderlijk dat je daar beter in getraind bent. Schrijven vraagt meer aandacht, meer inspanning, zoals dansen meer aandacht vraagt dan gewoon lopen en tekenen of schilderen meer inspanning eist dan zomaar wat krabbels op een papier zetten. Dat is dan meteen de reden waarom zoveel mensen niet graag schrijven: het kost meer moeite!

Daar staat tegenover dat in onze 'papieren' maatschappij heel veel moet geschreven worden: brieven,' rapporten, agenda's voor vergaderingen, beschrijvingen van gebeurtenissen, voorbereidingen van toespraken en toespraakjes, verslagen van vergaderingen of werkbijeenkomsten, voorstellen, vragen, opmerkingen,     enzovoorts.

Je moet dus leren schrijven en je daarin trainen, als je in deze 'papieren' wereld wilt kunnen meedraaien, als je wilt dat er rekening met je gehouden wordt, als je je (geschreven) stem wilt laten horen.

Welnu, de school heeft ondermeer als taak je toe te rusten met een aantal vaardigheden (capaciteiten) die je in het maatschappelijk verkeer moet kunnen ontplooien. DUS MOET DE SCHOOL JE OOK LEREN SCHRIJVEN!

OPDRACHT 7

  1.  Bedenk een onderwerp waarover je wat kunt/wilt schrijven. (Als je echt niets kunt vinden vandaag, neem je maar: Roken op school).

  2. Verzamel daarover materiaal.

  3. Dat wil zeggen: ga er eens rustig bij zitten en noteer wat je invalt als je over dit onderwerp nadenkt.

  4. Kun je in dat materiaal reeds een structuur ontdekken: chronologie, oorzaak-gevolg, stelling-bewijs, ...?

Noteren dus!

  1. Op deze wijze geraak je vermoedelijk niet aan voldoende materiaal, tenzij je gespecialiseerd bent in de materie (en dan is het nog onverstandig enkel op je eigen ondervinding of oordeel te steunen). Om aan meer materiaal te geraken, kun je twee strategieën volgen: in je eigen geheugen gaan zoeken of elders hulp zoeken.

* Om je geheugen te stimuleren, kun je aan jezelf vragen stellen over het onderwerp:

Wie?   Waardoor?

Wat?   Hoe?

Met welke eigenschappen?   Waaruit blijkt dat?

Waaruit bestaande?   Ondanks wat?

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties