taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Derde conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 3 | Derde conferentie Het Schoolvak Nederlands (1988)


Bijdrage: Basisvorming en eindtermen (Jan Verbeek)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

4

Dan nu het eerste onderdeel van het ontwerp: de uitgangspunten voor het vak (zie overheadtransparant in bijlage 1).

Dat betekende direkt al een groot dilemma: hoe dichtbij of veraf van de bestaande praktijk van het schoolvak Nederlands gaat de commissie staan bij het formuleren van uitgangspunten. Sluit ze meer aan bij opvattingen over 'communicatief taalonderwijs' (CTO) zoals die verwoord worden in de vakliteratuur? Of sluit ze meer aan bij de schoolpraktijk van het vak Nederlands waar nog weinig sprake is van CTO.

De positiebepaling ten opzichte van hoe dichtbij of veraf de eindtermen moeten liggen ten opzichte van de huidige onderwijspraktijk heeft onder meer te maken met het geloof in de innoverende waarde van eindtermen, maar ook met de beantwoording van de vraag of het wenselijk en noodzakelijk is van de bestaande schoolpraktijk af te wijken. En het heeft natuurlijk te maken met de inschatting wat er de komende jaren aan nascholing, leermiddelen-, leerplan- en toetsontwikkeling gaat gebeuren. De commissie is van mening dat de doelen voor de basisvorming, zoals die aangeduid worden in het WRR-advies, het best gerealiseerd kunnen worden in het vak Nederlands wanneer in de schoolpraktijk het accent niet meer ligt op de beheersing van deelvaardigheden en kennis en inzicht in formele taalaspekten. Er dient meer sprake te zijn van taalonderwijs in communicatieve situaties, waarbij maatschappelijk, schools en persoonlijk belang de inhoudelijke invalshoeken vormen. Eén en ander betekent dat dit eindtermenontwerp wat betreft de mondelinge taalvaardigheden nauwelijks aansluit bij de bestaande schoolpraktijk en dat het voor de onderdelen schrijven en lezen op bepaalde aspekten afwijkt. Ik kom daar op terug in de laatste paragraaf van mijn verhaal.

De structuur van het vak

Eindtermen moeten geformuleerd worden binnen een bepaald stramien waardoor ze in een onderling samenhangend verband gebracht worden. Zo'n stramien kan bijvoorbeeld gevormd worden door uit te gaan van de wetenschappelijke disciplines: taalkunde, letterkunde, taalbeheersing. Of door bijvoorbeeld uit te gaan van het stramien: informatie verwerven, verwerken en verstrekken. De commissie heeft er voor gekozen omwille van de herkenbaarheid naar leerkrachten toe, zo dicht mogelijk aan te sluiten bij de traditie van het schoolvak Nederlands, dat wil zeggen door uit te gaan van twee hoofdonderdelen: taalgebruik, taalbeschouwing. Taalgebruik is daarbij onderverdeeld in vijf in plaats van vier onderdelen, te weten:

  •      spreken/luisteren, waar het gaat om situaties waarin spreken en luisteren onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn; spreken;

luisteren;

  •     lezen;

schrijven.

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties