taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Derde conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 3 | Derde conferentie Het Schoolvak Nederlands (1988)


Bijdrage: Basisvorming en eindtermen (Jan Verbeek)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

6

is het nastreven van deze eindterm ook uitvoerbaar voor de leerkrachten (na bijvoorbeeld inzet van nascholing op bepaalde gebieden, beschikbaarheid van leerplannen, leermiddelen)? Bijvoorbeeld van de eindtermen rond de informatievaardigheden kan blijken dat die alleen haalbaar zijn bij een enorme investering in apparatuur. Is dat geld niet beschikbaar dan vervalt die eindterm.

Het niveau-onderscheid (zie bijlage 4) Hierbij zijn twee vragen van belang:

  •     hoe kan het niveau-onderscheid aangebracht worden?

  •     wanneer is het zinvol niveau-onderscheidingen te maken?

Ik begin met de beantwoording van de tweede vraag.

De commissie is van mening dat een belangrijk criterium voor de formulering van een eindterm op het hoger niveau gevormd wordt door het belang van die eindterm voor de doorstroming naar de 2e fase van het voortgezet onderwijs.

Dan de beantwoording van de eerste vraag.

De drie belangrijkste manieren om niveau-onderscheid aan te brengen zijn:

  •    in leerstof: er is sprake van een hoger niveau wanneer meer onderwerpen aan de orde komen, of dezelfde onderwerpen in meer detail. Het is dus een kwestie van meer en minder;

  •    in gedrag: algemeen en hoger niveau onderscheiden zich dan in eenvoudig versus complex, concreet versus abstract, maar ook in lagere gedragscategorieën versus hogere: bijvoorbeeld het opzoeken van informatie is minder moeilijk dan conclusies trekken. In zijn algemeenheid is dat misschien wel zo, toch zijn er situaties te bedenken dat het opzoeken van informatie moeilijker is dan het trekken van een simpele conclusie;

  •    in beheersingsgraad: deze komt meestal tot uiting bij het toetsen. Algemeen en hoger niveau hebben in dit geval dan hetzelfde gedrag en dezelfde inhoud. Op het hoger niveau moeten leerlingen meer goede antwoorden hebben gegeven dan op het algemeen niveau.

De commissie besloot echter nog een vierde mogelijkheid te onderzoeken en wel door het begrip afstand te hanteren bij niveau-onderscheidingen.

Dat afstandsbegrip is afkomstig uit de didactische theorie van Van Peer en Tielemans.

In het kort komt die op het volgende neer: afstand is een indicator van de graad van abstractie. We moeten daarbij denken aan afstand tussen spreker en hoorder en aan afstand tussen de gespreksdeelnemers en het onderwerp.

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties