taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Derde conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 3 | Derde conferentie Het Schoolvak Nederlands (1988)


Bijdrage: De kwaliteit van het moedertaalonderwijs (Frans Daems)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

-65- -

Frans Daems

DE KWALITEIT VAN HET MOEDERTAALONDERWIJS REVISITED

  1.  ONDERWIJSKWALITEIT

In mijn bijdrage aan Het Schoolvak Nederlands 1987 (Daems 1987) heb ik geprobeerd wat nuancering aan te brengen bij het begrip 'onderwijskwaliteit'. De vraag wat goed onderwijs Nederlands is kan op uiteenlopende manieren beantwoord worden afhankelijk van iemands invalshoek. Dat houdt ondermeer in de positie van waaruit men het onderwijs benadert (leerlingen, leerkrachten, overheid, ouders enzovoorts), evenals de belangen die men te verdedigen heeft. Uiteraard spelen ook de mens- en maatschappijvisie en de daarmee samenhangende onderwijsfilosofie een rol. (zie ook Lotens 1988)

Als er onderzoek naar onderwijskwaliteit verricht wordt, dan kan dat voortkomen uit de overtuiging dat we niet helemaal - sommigen zullen zeggen 'helemaal niet' - tevreden zijn met het gangbare onderwijs. Sluis (1988) vindt dat er vooral constructie-onderzoek nodig is, dat wil zeggen onderzoek waarbij bijvoorbeeld een nieuwe aanpak voor een vakonderdeel ontworpen wordt. Hij vindt dat er in onderzoek niet teveel geïnventariseerd moet worden.

Daar staat de mening tegenover van Janssen & Bonset (1987), die van oordeel zijn dat constructie-onderzoek rekening moet houden met wat er wenselijk geacht wordt voor het vak Nederlands (onder andere doelstellingenonderzoek), en met wat er feitelijk in de praktijk van het vak gebeurt.

Over beide, het wenselijke en het feitelijke in het vak Nederlands wordt er aan de Universiteit Antwerpen op dit ogenblik onderzoek uitgevoerd. In een eerste project', dat de modieuze benaming "Kwaliteit van het Moedertaalonderwijs" heeft gekregen, inventariseren we taalvaardigheidseinddoelstellingen voor het secundair onderwijs.² Het gaat ons daarbij om de vraag welke taalvaardigheden bij afgestudeerden van het secundair onderwijs wenselijk zijn voor het eigen leven, voor vervolgstudie of voor werk. In een verder stadium willen we nagaan in welke mate die doelstellingen in feite bereikt worden.

Het is duidelijk dat het bij dit project om survey-achtig onderzoek gaat, met een sterk kwantitatieve inslag. Dat heeft natuurlijk ook zijn beperkingen.

  1.  CASE STUDY-ONDERZOEK

In het kader van het IMEN (International Mother Tongue Education Network) zijn we met een kwalitatief onderzoeksproject gestart. Het betreft bij dit CPBIN (Cooperation Project Belgium-ItalyNetherlands) een samenwerkingsverband tussen Vlaanderen

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties