taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Derde conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 3 | Derde conferentie Het Schoolvak Nederlands (1988)


Bijdrage: De kwaliteit van het moedertaalonderwijs (Frans Daems)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

- 66 -

(Universiteit Antwerpen), Nederland (KU Nijmegen), en Italië (Centro Europeo dell' Educazione, Rome).

Bij dit project is het de bedoeling dat er in elk land case study's gemaakt worden, waarbij we telkens een aantal lessen bij één leerkracht in één tweede jaar voortgezet onderwijs (13-14-jarigen) van één school beschrijven. De data daarbij zijn:

  •  observaties, audio-opnamen en protocollen van drie lesperiodes van telkens een paar weken in één schooljaar;

  •  interviews met de leerkrachten;

  •  interviews met de leerlingen;

  •  interviews met anderen (schoolbestuur, leerplancommissie, lerarenopleiders enzovoorts);

  •  analyse van documenten: leerplannen, schoolboeken, toetsen, richtlijnen, schooldocumenten en dergelijke).

Deze data zullen voor elk van de drie landen door de onderzoekers uit de drie landen gezamenlijk worden geïnterpreteerd. Op basis van de data en hun interpretatie zal het moedertaalonderwijs in Nederland en Vlaanderen worden vergeleken, en zal tevens een vergelijking met het moedertaalonderwijs in Italië worden doorgevoerd. Dit laatste wordt in de vergelijking Vlaanderen-Nederland betrokken bij wijze van referentiepunt in een heel sterk verschillende culturele traditie.

In deze bijdrage voor HSN wil ik verslag uitbrengen over het vooronderzoek (de 'pilot study') die we in 1988 in een Vlaamse klas hebben uitgevoerd.3

3. HET VLAAMSE VOORONDERZOEK 3.1. Praktische gegevens

Bij het vooronderzoek zijn gedurende één week de lessen Nederlands (vier in het totaal) in één tweede klas voortgezet onderwijs bij één leerkracht geobserveerd.

Het gaat om een gemengde school, gelegen in een gemeente aan de rand van Antwerpen. Deze school behoorde tot de eerste generatie van scholen die na 1970 het VSO, een gematigde vorm van comprehensief onderwijs, invoerden. De klas in kwestie is redelijk sterk heterogeen van samenstelling. Op de school heerst er een vrij open, democratische relatie tussen leerlingen, leerkrachten en directie.

In de klas zitten 22 jongens en meisjes van 13 tot 15 jaar. Acht of negen leerlingen hebben al beslist dat ze een eerder artistieke richting willen uitgaan. De taal die de leerlingen spontaan gebruiken is een minder of meer dialectisch gekleurde variëteit van het Algemeen Nederlands. Hoewel de standaardtaal ook schooltaal verkiezen ze deze tussenvorm om zich in te uiten. Bij de lessen Nederlands zitten de leerlingen in een soort van Dopstelling.

Voor het vak Nederlands staan er vier uur op het rooster.

Drie uren worden gemeenschappelijk gevolgd. Het vierde uur wordt gesplitst gegeven in twee groepen en is ondermeer bedoeld voor remediëring.

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties