taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Derde conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 3 | Derde conferentie Het Schoolvak Nederlands (1988)


Bijdrage: De kwaliteit van het moedertaalonderwijs (Frans Daems)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

- 67 -

De leerkracht, die ik hier maar Leo noem, is een regent, dat wil zeggen dat hij een lerarenopleiding buiten de universiteit heeft. gevolgd, die in zijn tijd twee jaar duurde. Hij onderwijst Nederlands en Duits sedert 17 jaar. Buiten het lesgeven heeft hij in de school ook een pedagogische opdracht, namelijk die van coördinator voor de eerste twee jaren.

Op deze school hebben de leerkrachten gekozen voor een thematisch-cursorische aanpak. Verschillende leerkrachten van deze school, onder wie Leo, hebben meegewerkt aan een eigen thematisch-cursorisch schoolboek. Op het ogenblik van het vooronderzoek was onze leerkracht bezig met het thema 'media', wat ondermeer inhoudt: kranten, boeken en strips. Dat thema, wat ongeveer twee maanden in beslag neemt, is aanwezig bij uiteenlopende lessen zoals grammatica, woordenschat, conversatie, teksten enzovoorts.

In een interview vertelde Leo ons één en ander over zijn opvattingen over moedertaalonderwijs. We lichten daar een paar punten uit.

  • Hij beschouwt Nederlands niet als een vak zoals de andere. De leerlingen kunnen immers al spreken, luisteren, schrijven en lezen in het Nederlands. Wel wil hij ze motiveren om daarin vooruit te gaan.

  • Leo hecht veel belang aan een communicatieve aanpak.

  • Leo wil zijn leerlingen ervan bewust maken dat ze bij Nederlands niet werken met dood materiaal maar met concrete en werkelijkheidsverbonden zinnen en situaties. Als een leerling ergens een voorbeeld van geeft dan moet hij altijd een concrete referent en situatie daarbij aangeven.

3.2. Narratio

Het is op dit ogenblik om verschillende redenen nog niet mogelijk het volledige verslag van het vooronderzoek te brengen. Wel wil ik graag exemplarisch een fragment uit één les voorstellen. Daartoe geef ik eerst een bondige schets van de les. Als bijlage wordt een transcript van het lesfragment opgenomen.

De les omvatte één volledig lesuur (van vijftig minuten) en, na een pauze, de eerste helft van het aansluitende volgende lesuur. De les verliep als volgt.

  1. De leraar kondigt het onderwerp van deze les aan. Het betreft een spellingonderwerp: het weglatingsteken of apostrof.

  2. Hij wijst één van de leerlingen aan om voor het bord te komen. Leo dicteert een zin, die door die ene leerling op het bord wordt genoteerd terwijl de anderen die in hun schrift optekenen. De zin luidt:

"Wie kent er niet de jolige en woelige avonturen van Asterix, Galliës dappere kleine krijger, en zijn onafscheidelijke vriend, Obelix, Idefix' eetgrage baasje met zijn voorliefde voor gebraden everzwijn ?"

 

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties