taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Derde conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 3 | Derde conferentie Het Schoolvak Nederlands (1988)


Bijdrage: Basisvorming en eindtermen (Jan Verbeek)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

- 7 -

Volgens Van Peer en Tielemans is' het mogelijk talige interacties naar de verschillende graden in afstand, in abstractie dus in te delen. De commissie heeft toen een korte studie laten verrichten naar de bruikbaarheid van het afstandsbegrip bij de formulering

van twee niveaus.

De conclusies waren de volgende:

De afstand tussen spreker en hoorder en tussen schrijver en lezer kan gebruikt worden om onderscheid te maken tussen algemeen en hoger niveau. Voor het algemene niveau gaat het in de eindtermen dan om een beperkte doelgroep waarop de spreker of de schrijver zich richt: op de mensen dichtbij of op mensen met dezelfde macht en status, terwijl het in de eindtermen van het hoger niveau gaat om een andere doelgroep, namelijk om de mensen veraf of om de mensen met meer status of macht. In principe wel mogelijk dus, maar is het ook wenselijk om de leerlingen van het algemeen niveau niet te leren zich in hun taal ook adequaat te verstaan met die wat verder af gelegen doelgroep of die doelgroep met meer macht en status? De commissie is van mening dat het voor de groep leerlingen die zich bewegen op dat algemeen niveau juist van evident belang is te leren zich talig te handhaven tegenover die andere groep. Het was dus niet wenselijk het niveau-verschil op deze wijze aan te brengen (zie bijlage 5, eindterm 10).

De mogelijkheid om het afstandsprincipe te hanteren bij gedragscategorieën stuit voor een deel op hetzelfde bezwaar. Waarom leerlingen van het algemeen niveau alleen maar informatie laten opzoeken, terwijl leerlingen van het hoger niveau nog iets anders daarmee moeten doen? (voorbeeld eindterm 10).

Het afstandsprincipe is in theoretisch opzicht wel bruikbaar bij niveau-onderscheidingen bij eindtermen. Het kan echter in de praktijk geen beslissend criterium zijn want intuïtieve en/of cultuur(politieke) overwegingen spelen net zo goed een rol bij de bepaling van de beide niveaus. Dat blijkt ook uit beide bovenstaande conclusies.

Het voorgaande heeft ertoe geleid dat daar waar gekozen is voor eindtermen op het hogere niveau, het niveauverschil in het algemeen is ingevuld met behulp van de dimensie meer/minder leerstof. In een aantal gevallen is dit toch gekoppeld aan de gedragsdimensie omdat de commissie dan van mening was dat een hogere gedragscategorie weliswaar wenselijk zou zijn ook voor het algemeen nivo, maar dat de ervaring leert dat leerlingen van het algemeen niveau intellectueel niet altijd aan die andere gedragscategorie toekomen (zie bijlage 6, eindterm 7 en 8).

Deze zelfde eindtermen maken nog een ander probleem manifest.

De geformuleerde eindterm op het hoger niveau is in dit geval ook wel invulbaar voor het algemeen niveau. Sterker nog, sommige eindtermen zijn toepasbaar op het niveau van het basisonderwijs èn het voortgezet onderwijs èn het hoger onderwijs.

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties