taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Derde conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 3 | Derde conferentie Het Schoolvak Nederlands (1988)


Bijdrage: Literatuuronderwijs in de basisvorming (Koos Hawinkels)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

- 89 -

  • De tweede vaardigheid die logisch op de vorige aansluit is: leerlingen moeten een gevonden tekst kunnen beoordelen op bruikbaarheid en aantrekkelijkheid. Ze moeten daartoe kunnen omgaan met inhoudsopgaven, registers en dergelijke, maar ze moeten ook snel dingen kunnen bepalen als de moeilijkheidsgraad van een tekst, de nieuwswaarde ervan, de diepgang van de informatie. Dat klinkt allemaal heel moeilijk, maar het gebeurt op leerlingenniveau. Als voorbeeld voor de moeilijkheidsgraad kan dienen: kijk of er veel voorbeelden en/of illustraties in staan, lees een kort stukje en probeer in je eigen woorden te zeggen wat daar stond. En bij de nieuwswaarde vraag je je af: wist ik eigenlijk al wat ik hier lees? Zo ja, dan is de nieuwswaarde gering en hoef ik deze tekst niet te lezen.

  • De derde vaardigheid is het activeren van voorkennis: wat weet ik van onderwerp, auteur, genre, uitgeverij etcetera. Daar horen trouwens ook dingen bij als ideologische en/of politieke of sociale bepaaldheid of kleur van kranten, radio-en TV-omroepen en -zenders, uitgeverijen etcetera. Voorbeelden daarvan: Querido geeft andere boeken uit dan Kluitman en van Jan Terlouw verwacht je een ander soort boek dan van Cock Grashoff.

  • De laatste vaardigheid lijkt mij dat leerlingen het verschil kunnen hanteren tussen fictie en non fictie. Met name de verhouding tot de werkelijkheid. Ik heb daarstraks al gezegd dat dat mijns inziens het beste kan gebeuren door aandacht te geven aan de pragmatische kant van de tekst. Analytische vaardigheden horen hier mijns inziens alleen bij thuis voor zover ze voor het begrip van een tekst noodzakelijk zijn, en dat is bij jeugdliteratuur zeer zelden. Bovendien weet ik uit ervaring van studenten dat structurele problemen met een tekst, zoals flash backs, meestal het best op een niet al te nadrukkelijke manier worden opgelost. Cursorisch onderwijs in structurele tekstanalyse hoort in de basisvorming niet thuis.

Conclusie: een leraar die literatuur onderwijst in de basisvorming, moet veel meer pedagoog, agoog, stimulator en organisator zijn dan literair deskundige. Daarnaast kan het zeker geen kwaad als hij ook zo nu en dan eens een jeugdboek leest.

Geraadpleegde literatuur

Haas, G.G. de. Beknopte jeugdkunde; sociaal-culturele, ontwikkelingspsychologische en sociaal-psychologische aspecten van de jeugd. Alphen aan de Rijn enz. Samsom 1978.

Herman Verschuren. Leesbevordering als regeringsvoornemen.

In: Leesgoed: tijdschrift over kinderboeken, 15e jaargang, nr.2, april 1988, p.62.

 

 

 

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties