taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Derde conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 3 | Derde conferentie Het Schoolvak Nederlands (1988)


Bijdrage: Schrijven: bewerking en reflectie (Hugo de Jonghe)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

--99 -

Hugo de Jonghe

SCHRIJVEN: BEWERKING EN REFLECTIE

  1.  Tekstsoorten en bewerkingen op teksten

Het treft mij dat er in het onderwijs weinig duidelijkheid bestaat in verband met het synthetiseren of samenvatten van teksten. Men slaagt er niet in aan te geven aan welke criteria een synthese moet voldoen, al is men daar al lang naar op zoek. Mijn indruk is dat de verwarring ontstaat doordat men een synthese als tekstsoort opvat en niet als een bewerking op een tekst.

Synthetiseren doet iemand die bijvoorbeeld een excerpt schrijft, die een verslag van een vergadering opstelt, een persoverzicht klaarmaakt (bijvoorbeeld voor uitzending op de radio, of voor de persdienst van een departement) of een rapport uitbrengt over een gelezen boek. Ook wie een recensie schrijft, zal daar vaak een samenvatting van het gelezen boek of artikel in op willen nemen en moet bijgevolg synthetiseren. In elk van de aangehaalde gevallen heeft er een bewerking plaats op een (primaire, vaak erg samengestelde) brontekst (source text), en die bewerking resulteert dan in een afgeleide (secundaire) doeltekst (target text).

De bewerking zelf moet van de beoogde of bereikte doeltekst onderscheiden worden. Met een voorbeeld uit een andere sfeer: wie een roman van Graham Greene in het Nederlands vertaalt, heeft als doeltekst een vertaalde roman op het oog, dat is een roman (tekstsoort) die de bewerking van het vertalen heeft ondergaan.

  1.  Een (te) moeilijke tekst als uitgangspunt

Voor een oefening met mijn studenten. (een eerste keer met beginnende economiestudenten aan de Universitaire Faculteiten UFSAL te Brussel, een tweede keer met studenten in de Guardinimns in dezelfde stad) koos ik onderstaande teksten (1) en (2). Ik haalde ze uit: Prof. Dr. L.H. Klaassen, De gouden delta, Het is niet alles goud wat blinkt, in: Neerlandia, 89e jg. nr.5, dec. 1985, pp. 202-207.

(1) We zijn nu aangeland bij de vraag of, aannemende het feit dat Europa toch veel doet om de wereldconcurrentie het hoofd te kunnen bieden, het deltagebied ook voldoende doet om het hoofd te kunnen bieden aan ontwikkelingen als zoëven genoemd, die Europa als totaliteit wellicht dienen, maar een gevaar kunnen vormen voor het engere deltagebied dat in zo sterke mate verbonden is met het wel en wee van de havens en dus van de goederenstromen die immers voor een belangrijk deel afhangen van het antwoord dat de havenautoriteiten op de op hen afkomende ontwikkelingen weten te vinden.

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties