taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Vierde conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 4 | Vierde conferentie Het Schoolvak Nederlands (1990)


Bijdrage: Didactiek van de metafoor: theoretische basis en leselementen (Armand van Assche)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Direct taalgebruik is taal waarbij de mensen zeggen wat ze menen en ook menen wat ze zeggen. Bij indirect taalgebruik zeggen ze niet wat ze menen, ze menen iets anders dan ze zeggen. 'Het leven is een draaimolen' is een ander taalgebruik dan 'het leven is moeilijk'. Of 'een mens is geen eiland', 'een mens is geen aardappel' zijn logische uitspraken, die op zichzelf banale waarheden vertellen maar niet als zodanig gemeend of bedoeld worden. Zij worden normalerwijze indirect geïnterpreteerd. Niet alle indirect taalgebruik is evenwel metaforisch: 'vind je niet dat het tocht' kan een indirecte uitdrukking zijn met als betekenis 'wil je het venster eens sluiten'.

Alle metaforische uitdrukkingen zijn wel figuurlijk. Maar zoals reeds gezegd, niet elk figuurlijk taalgebruik wordt nog als strikt metaforisch aangevoeld. Dat hangt af van de toegankelijkheid, vertrouwdheid en lexicale 'verstening': hier zijn meningsverschillen sterk persoonsgebonden en altijd mogelijk.

Tersluiks hebben we ook het begrippenpaar letterlijk-figuurlijk reeds gebruikt. De termen letterlijk en figuurlijk zijn niet zo eenvoudig te definiëren. Onder letterlijk kun je verstaan dat de betekenis van de uitdrukking direct toegankelijk is langs het lexicon. Letterlijk verwijst naar de vastgelegde standaardbetekenissen, naar de meestal toegepaste en vaste betekenissen. Figuurlijk is het taalgebruik wanneer andere dan de standaardbetekenissen worden gehanteerd. Het zijn betekenissen die 'wel een relatie hebben met de letterlijke, maar als betekenis eerder occasioneel, optioneel met dit woord of concept worden verbonden.

Dit onderscheid heeft niets te maken met de volgorde van verwerking zoals soms is beweerd: het is niet zo dat we elke figuurlijke uitdrukking eerst letterlijk verstaan en daarna een sprong maken naar het figuurlijke niveau. Er zijn heel veel figuurlijke uitdrukkingen (de versteende zegswijzen) die we onmiddellijk zonder omweg langs het letterlijke verstaan. Figuurlijk taalgebruik hoeft ook niet per se moeilijker verstaanbaar te zijn. Alles hangt af van de vertrouwdheid met de taaluitdrukking in kwestie. De taalprocessen en strategieën die tussenkomen in letterlijk en figuurlijk verstaan, zijn daarom niet noodzakelijk verschillend.

Bij dit alles zou je kunnen denken dat je het begrip metafoor moet kennen om een metafoor te herkennen. Dat is niet zo. Wel moet de taalgebruiker weten dat de woorden niet altijd in hun standaardbetekenissen worden gebruikt, en er een verschil kan bestaan tussen wat gezegd en bedoeld wordt. Dat hierbij de ontwikkeling (de schoolopleiding) een grote rol speelt, wordt soms duidelijk in conversaties zoals b.v. in Claus' verhaal 'Wij zullen u schrijven' tussen moeder en zoon:

"En dat hij jouw geval met een speciale bril zou bekijken." 'Draagt hij een bril?"

'Neen, Mama. Eh, jawel, hij draagt een bril maar, dat bedoelde hij niet."...

... "Oh, je denkt dat je moeder dom is, dat zij niets van de wereld afweet, dat zij geen zinnen kan verstaan die dubbelzinnig zijn..."

10

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties