taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Vierde conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 4 | Vierde conferentie Het Schoolvak Nederlands (1990)


Bijdrage: Methoden voor behandeling van ernstige spellingproblemen bij oudere leerlingen (Koos Henneman)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Oefening 6.

Gebruik voorvoegsels en achtervoegsels om met de onderstaande woorden, nieuwe woorden te vormen. Gebruik daarna alle woorden in een zin.

B.v.: hand - onthand - handig - onhandig - onhandigheid - handzaam

Let op: Soms komt er een klank bij wanneer je een achtervoegsel aan een woord verbindt: partij - partijdig

  1. dekken   6. angst   11. wijs   16. historie

  2. aandacht 7. moeilijk 12. antwoord   17. puber

2. haast   8. geloof   13. uiteinde   18. plezier

  1. geweld   9. tijd   14. waar   19. gezel

  2. aanwezig 10. schilder 15. halen   20. fantast

Fig. 4. Oefening uit Het schrijven van meerlettergrepige woorden (Henneman, 1987, pag. 61).

Na dergelijke oefeningen biedt de leerkracht de leerlingen mondeling een aantal woorden aan die nog niet behandeld zijn, en zij vraagt hen hoe zij tot de juiste schrijfwijze van die woorden kunnen komen.

Correctiestrategieën. Leerlingen moeten leren hun werk te corrigeren. De opdracht 'kijk je werk nog een keer na' leidt over het algemeen (ook bij leerlingen zonder spellingproblemen) niet tot het beoogde doel. Daarom moeten zij leren hoe te corrigeren. In de aanvangsfase kunnen korte teksten gebruikt worden (dus eventueel een deel van schriftelijk werk) en kan de aandacht van de leerling gericht worden op een of meer van zijn specifieke problemen. Onderstaande opdracht (fig. 5) is hiervan een voorbeeld.

Corrigeer de eerste 10 regels van je werk.

Spreek de zin hardop uit.

Loopt de zin? Geen woorden vergeten?

Lees de zin nogmaals woord voor woord.

Hoor je aan het einde van een woord de klank T?

Stop en denk na.

Is het een persoonsvorm?

JA: gebruik je werkwoordkaart.

NEE: verleng het woord en schrijf de klank op zoals je hem dan hoort.

Fig. 5. Correctieopdracht.

Wanneer leerlingen twijfelen aan de juistheid van een woord, kunnen zij het woordenboek gebruiken en een aantal van de hierboven genoemde spelstrategieën. Daarnaast kunnen zij gebruik maken van vergelijking van orthografische beelden: schrijf het woord op verschillende manieren op en kies de vorm die je het meest bekend lijkt. Aangezien leerlingen niet zo uit zichzelf handelen, zal de leerkracht hen dat moeten leren.

109

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties