taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Vierde conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 4 | Vierde conferentie Het Schoolvak Nederlands (1990)


Bijdrage: Didactiek van de metafoor: theoretische basis en leselementen (Armand van Assche)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

In het voorbeeld 'de autoweg is een slang' (zie fig. op volgende bladzijde) verstrengelen de twee betekenisdomeinen zich gedeeltelijk met elkaar (enige spanning blijft dus altijd bestaan) om twee redenen:

- de eerste component, die het thema aanzet, bepaalt het bereik, welke aspecten van de tweede component in aanmerking kunnen komen voor het verstaan, de interpretatie (weergegeven door stippellijntjes). In het voorbeeld: het kronkelend voortbewegen van de slang en eventueel haar gevlekte huid komen in aanmerking, maar minder of niet het feit dat ze regelmatig vervelt (wat wel het geval zou zijn bij 'een mens is een slang') of geen pootjes heeft enz.

- de tweede component met zijn opgeroepen eigenschappen bepaalt het perspectief, de hoek van waaruit het thema wordt bekeken (weergegeven door pijltjes). De autoweg krijgt de kronkelende eigenschappen van een slang, neemt de gedaante aan van een slang die zich door het landschap beweegt enz.

Fig.

Deze wederzijdse wisselwerking tussen de componenten laat aan de lezer heel veel ruimte voor betekenistoekenning zodat interpretaties onderling nog veel van elkaar kunnen afwijken.

Indeling van de metafoor

Er bestaan talloze indelingen van de metafoor in soorten en categorieën, maar ze zijn bijna allemaal aanvechtbaar en onvolledig. Syntactisch kent de metafoor nauwelijks beperkingen. Hij kan zich voordoen in vele combinaties: als is-constructie, genitiefconstructie, appositie, werkwoordsvorm, in combinatie met vergelijkingen enz.

15

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties