taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Vierde conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 4 | Vierde conferentie Het Schoolvak Nederlands (1990)


Bijdrage: Didactiek van de metafoor: theoretische basis en leselementen (Armand van Assche)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

jonge lezers, zijn dat ook voor ervaren lezers en genieten over het algemeen minder bijval. Toch is de afkeuring minder sterk bij ervaren lezers.

Voor de klas is het belangrijk dat leerlingen de kans krijgen om evaluaties over metaforen uit te spreken en hierbij trachten een verklaring voor hun oordeel te zoeken en uit te drukken.

Met de voorbeelden en de suggesties uit dit kleine overzicht van aspecten en dimensies van de metafoor zullen we nu verschillende lessuggesties uitwerken. Zonder veel theoretische uiteenzetting is het mogelijk om een actuele visie op produktie en receptie van de metafoor over te brengen op de leerling, als je gebruik maakt van vele voorbeelden, die je aanreikt en laat produceren door de leerling zelf. Hierbij worden vooral duidelijke voorbeelden gegeven: het is niet de bedoeling om allerlei subtiele combinaties en randgevallen van metaforen aan de orde te stellen.

Lessuggesties

Een actuele didactiek van de metafoor moet steunen op een brede waaier van metafoorgebruik in de taal. Wat volgt, is een ruim aanbod van lessuggesties, losse leselementen die de leerkracht tot eenheden kan samenvoegen. Het zijn ideeën uit eigen praktijk en suggesties van andere leerkrachten en handboeken.

De volgorde van de suggesties is niet belangrijk. Sommige zijn, meer uitgewerkt, andere zijn beperkt tot een opdracht die eventueel thuis kan worden uitgevoerd. De moeilijkheidsgraad wordt met één of meer sterretjes (*) aangeduid.

LESELEMENT 1: INTERPRETATIE VAN METAFOREN (*)

Niet zelden hebben leerlingen, vooral in de technische en beroepsklassen moeilijkheden met de interpretatie van vele metaforen. Wil men hen werkelijk helpen, dan volstaat het niet voorbeelden van interpretatie aan te reiken. De stappen die tot een interpretatie leiden, moeten worden aangeleerd. Deze procesinstructie, ook al lijkt ze aanvankelijk simplistisch, wat rigoriek en schraal, levert een gewaarborgde basis voor succes bij de interpretatie.

Volgende vier fasen worden doorlopen.

1. Het probleem letterlijk-figuurlijk

Sommige leerlingen kunnen dit onderscheid nog moeilijk maken. Het is evenwel noodzakelijk voor een begrip van de metafoor.

B.v. Mijn broer is een schrijnwerker. Mijn broer is een leeuw.

17

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties