taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Vierde conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 4 | Vierde conferentie Het Schoolvak Nederlands (1990)


Bijdrage: Didactiek van de metafoor: theoretische basis en leselementen (Armand van Assche)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

LESELEMENTEN 2: DIERMETAFOREN ( )

De leraar biedt op papier of op het bord volgende twee reeksen aan:

mijn gebuur mijn zuster mijn leraar mijn gebuur mijn broer mijn oom

mijn lievelingszanger mijn vriend(in) enz.

een bij

een olifant een muis een tijger

een nachtegaal een giraffe een beer

een duizendpoot een spreeuw een ibis

een colibri een cheetah

We typeren veel mensen door middel van dieren. Probeer er een aantal uit en zeg wat je ermee bedoelt... Uiteraard kan met deze voorbeelden de functionering en de verstaanswijze van metaforen worden uitgediept.

LESELEMENT 3: DUBBELE FUNCTIEWOORDEN (BETEKENISVERANDERING)(*)

Men biedt aan: warm, koud, zacht, hard, scherp,...

Zoek een voorwerp dat men zo kan noemen.

Kan men deze eigenschappen ook op mensen toepassen en wat wil men ermee duidelijk maken? Blijft de betekenis van 'zacht' enz. gelijk?

LESELEMENT 4: 'VERSTEENDE' METAFOREN (**)

Verzamelen van 'clichématige' metaforen: B.v. tegen de stroom oproeien

zijn kop in het zand steken

Wat betekenen deze uitdrukkingen?

Toon aan hoe door een kleine toevoeging (een adjectief, een andere zinsbouw en uitbreiding) het metaforisch karakter weer voelbaar wordt.

Zoek zelf voorbeelden en pas de 'vernieuwing' toe.

LESELEMENT 5: METAFOOR EN NIET-METAFOOR (**)

Neem een zelfstandig naamwoord (onderwerp) en varieer de bijbehorende werkwoorden om een reeks zinnetjes te vormen, gaande van niet-metaforische tot uitgesproken metaforische. Voorbeeld: 'de hond blaft' (zie boven). Probeer het met een object (een boek), een plant (roos), een levend wezen.

19

© Nederlandse Taalunie, 2000-2010 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties