taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Vierde conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 4 | Vierde conferentie Het Schoolvak Nederlands (1990)


Bijdrage: Didactiek van de metafoor: theoretische basis en leselementen (Armand van Assche)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

We onderstrepen het thema (waarover iets gezegd wordt) en het vehicle (wat er over het onderwerp gezegd wordt). Wat is het gemeenschappelijke tussen alle thema's (zaken of begrippen) en tussen alle 'vehicles' (handelwijzen van levende wezens)?

Laat leerlingen nu aan de hand van gemengde voorbeelden zelf de personificaties zoeken. Mogelijke opdrachten voor een huistaak: zoek personificaties in een krant- of tijdschriftartikel en noteer ze. Laat vervolgens leerlingen zelf gelijkwaardige constructies maken...

Ook dat zijn metaforen, maar omdat ze zo veel voorkomen in elke taal en ook in de gewone spreektaal, hebben we een aparte naam voor ze: personificatie. Een definitie: de eerste component is een levenloos iets, een ding of begrip waaraan in de uitdrukking of tekst door de tweede component eigenschappen van levende wezens worden toegekend. Deze metaforen kunnen zowel levend en creatief als dood en versleten zijn.

Ter afronding: uitgewerkte personificaties in een gedicht, liefst één waarin de personificatie de hele tijd is volgehouden. Mooie voorbeelden hiervan vindt men bij Vasalis:

Aan een boom in het Vondelpark

Er is een boom geveld met lange groene lokken. Hij zuchtte ruisend als een kind

terwijl hij viel, nog vol van zomerwind.

lk heb de kar gezien, die hem heeft weggetrokken.

0, als een jonge man, als Hector aan de zegewagen met slepend haar en met de geur van jeugd stromende uit zijn schone wonden

Het jonge hoofd nog ongeschonden.

Welke basismetafoor wordt hier gebruikt? Een boom is een mens. Een gelijkwaardige toepassing in 'Appelboompjes' van Vasalis.

Illustratief is ook volgend gedicht van W.J. Van der Molen: Herfst

De herfst komt met een tondeuse van wind en een schaar van zilveren schemerregen. Met lakens wolken om wachtende bomen.

Hij legt in het lover een watergolf van tranen. Hij schudt uit flessen doorzichtig grijs

brillantine van dauw en lotions van dromen.

Hij snijdt met een scheermes het licht uit de hemel. Hij knipt met een schaar het geluid uit de tijd, met zijn vingers de as van de werkelijkheid.

21

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties