taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Vierde conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 4 | Vierde conferentie Het Schoolvak Nederlands (1990)


Bijdrage: Didactiek van de metafoor: theoretische basis en leselementen (Armand van Assche)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

LESELEMENT 16: METAFOREN DOOR. CONTEXT (* *)

Maak een context waarin volgende zinnen een metaforische betekenis krijgen (zie boven):

het klontje suiker smaakt hem niet meer de aspirine kon zijn kwaal niet genezen

LESELEMENT 17: METAFOOR EN POËTISCHE STROMING ( *)

Uiteraard zijn er talloze gedichten die: de metafoor kunnen verduidelijken. Interessant is evenwel bepaalde stromingen of periodes in de poëzie naast elkaar te plaatsen waarin talrijk tegenover miniem of beperkt metafoorgebruik staat. Dat is het geval met de experimentele stroming (De vijftigers...), b.v. het bekende gedicht 'Februarizon' van P. Rodenko tegenover de nieuw realistische poëzie, vooral de Hollandse Barbarber periode, b.vv. gedichten van K Schippers: 'Opening van het visseizoen', of gedichten van H. Verhagen.

LESELEMENT 18: DE CREATIEVE EN ABSURDE METAFOOR (***)

Deze metafoor, waarin de gelijkenis ter plekke wordt gecreëerd en door de lezer moet worden mee-verbeeld, vinden we bijna uitsluitend in poëzie. Voorbeelden hiervan in expressionistische poëzie (Marsman: 'Berlijn') en in de experimentele poëzie zoals:

P. Rodenko:

Glas, valk van zand: vuur maakt ziende.

Of Lucebert: 'Mijn duiveglans...', dat als volgt begint:

mijn duiveglans mijn glanzende adder van glas mijn viervoetige narennen mijn kneedbaar smeltpunt op de pupillen ruworige

heester

Hier kan men de leerling stimuleren zijn verbeelding te gebruiken om zelf gelijkenissen en analogieën te scheppen zodat de onzinnig lijkende metaforen toch betekenis krijgen.

LESELEMENT 19: VAN METAFOOR NAAR SYMBOOL (***) In een gedicht als 'De temmer' van H. Claus:

In mijn kooi zit ik gekneld

elk uur van de dag

en weet mijn temmer heel dichtbij. Nooit raakt hij mij.

Als 's avonds de stad de geur van garnalen opvangt denk ik aan hem.

Ik moet gerustgesteld zijn, zegt hij.

Zoals de anderen moet ik

26 ,

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties