taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Vierde conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 4 | Vierde conferentie Het Schoolvak Nederlands (1990)


Bijdrage: Het ontwikkelen van een leerplan schrijven voor de eerste fase van het voortgezet onderwijs (Jan Boland en Vera Kerremans)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

taakchronologie, waarbij het denken van het doen gescheiden wordt, zien we veel aandacht voor het formuleren en structureren van de uiteindelijke versie van de tekst en weinig aandacht voor de problemen die schrijvers met het bedenken en organiseren van de inhoud van de te schrijven tekst hebben (Maureau, 1983). Ook wordt sterk de nadruk gelegd op het feit dat er slechts één manier zou zijn om tot dat produkt te komen.

Met de tweede generatie verschuift de aandacht van het schrijfprodukt naar het schrijfproces. Schrijven wordt dan - en met name door Flower en Hayes -gezien als een cyclisch gebeuren, een recursieve activiteit. Schrijven IS denken, zo zeggen zij, is een vorm van probleemoplossend handelen. Een schrijver moet, terwijl hij zich van zijn taak kwijt, tal van problemen oplossen met betrekking tot inhoudskeuze, vormgeving en 'toon', uiteraard afhankelijk van het gekozen doel en publiek.

Hoe doen goede schrijvers dat, hoe slechte en is daar soms een les uit te leren? Kunnen strategieën en heuristieken van goede schrijvers dienen voor het ontwerpen van een effectieve schrijfdidactiek? Het antwoord op deze vragen luidt bevestigend volgens Flower (Flower, 1981). Om achter die strategieën te komen is gebruik gemaakt van hardop-denkprotocollen en men kwam vervolgens tot het volgende procesmodel (zie bijlage 1).

Centraal hierin staan de deelvaardigheden plannen, formuleren en reviseren, gecontroleerd door een monitor die bepaalt wanneer een schrijver plant, formuleert en reviseert en deze activiteiten op elkaar afstemt. De input komt uit de taakomgeving en het lange-termijngeheugen en de output is een geschreven tekst.

Schrijven is jongleren, veel ballen tegelijk dienen in de lucht gehouden te worden, veel problemen dienen zich tegelijkertijd aan. De schrijver denkt nog over de inhoud na, terwijl gedachten aan de presentatie ervan al opduiken. Als je dat alles tegelijk wilt doen, raakt je werkgeheugen overbelast. De oplossing zou zijn: plannen, volgens een bepaalde strategie een aantal stappen uitwerken. Die stappen zijn:

  1. retorisch plannen

  2. inhoud plannen

  3. proces plannen.

Bij a. retorisch plannen vraag je je af:

- Wat weet, vindt, kan, doet mijn publiek met betrekking tot het onderwerp? - Wat wil ik bereiken?

- Hoe kan ik dat het beste doen?

Bij het plannen van de inhoud, de tekst b. ga je het onderwerp verkennen, ideeën genereren, een schrijfplan ontwikkelen.

29

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties