taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Vierde conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 4 | Vierde conferentie Het Schoolvak Nederlands (1990)


Bijdrage: Het ontwikkelen van een leerplan schrijven voor de eerste fase van het voortgezet onderwijs (Jan Boland en Vera Kerremans)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Bij het plannen van het proces c. dat je daarbij door zult maken, vraag je je bijvoorbeeld at

- Schrijf ik eerst ideeën op of begin ik iets te lezen over het onderwerp? - Kan ik er niet eens met iemand over praten?

Hierbij blijkt de opdracht, de taak een rol te spelen. We komen op dit punt nog terug.

Belangrijk bij deze benadering is reflectie, een metapositie innemen, kunnen expliciteren wat je hebt gedaan zowel vooraf, tijdens het schrijven als achteraf.

Onervaren schrijvers, aldus Flower en Hayes, laten zich meevoeren door hun eigen woorden, door hun eigen eerste zin; ze schrijven associatief en ik-gericht en zijn allang blij als het 'af' is. Anderen komen nooit verder dan de eerste zin, omdat die perfect op papier moet staan, zoals het hele stuk in een keer perfect moet zijn. Weer anderen "wachten op inspiratie", denken dus niet bewust na over wat er moet gebeuren.

Meer ervaren schrijvers maken gebruik van sterke strategieën:

- verzamelstrategieën (brainstormen, vraagstrategieën, bijvoorbeeld wie, wat, wanneer, waardoor)

- verhelderingsstrategieën (een schema maken o.a.)

- berustingsstrategieën (dit laat ik nu even zitten, komt straks wel, tijdelijk uitschakelen van jezelf als kritische lezer).

Belangrijk is, zoals al eerder gezegd, hun planningsgedrag. Wij hebben voor onze didactiek eruit 'geleerd':

- zicht op problemen van beginnende schrijvers

- zicht op te onderwijzen leerstof

- zicht op strategieën van onervaren en ervaren schrijvers.

De derde generatie schrijfonderzoekers zet bij deze proces-benadering vraagtekens. Zij vermoeden dat je verschillende schrijftaken verschillend moet aanpakken en dat er verschillende typen schrijvers zijn. De conclusie kan dan ook luiden: 'het' schrijfproces bestaat niet en er moet onderzoek komen naar taakvariabelen en de wijze waarop die de uitvoering beïnvloeden, wat bij welke taak effectieve en minder effectieve strategieën zijn en welke deeltaken problematisch zijn voor welke schrijvers. Kennis van schrijversvariabelen en taakvariabelen is belangrijk.

30

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties