taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 4 | Vierde conferentie Het Schoolvak Nederlands (1990)


Bijdrage: Het ontwikkelen van een leerplan schrijven voor de eerste fase van het voortgezet onderwijs (Jan Boland en Vera Kerremans)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Schrijversvariabelen

Sommige schrijvers plannen weinig, het zijn doeners, ideeën worden ontwikkeld door te gaan schrijven. Anderen zijn echte planners: ze willen weten waaraan ze beginnen voor ze de pen op papier zetten, willen rustig en ongestoord kunnen werken. Weer anderen praten veel en graag met iedereen over de schrijfopdracht, schrijven snel en produceren grote hoeveelheden tekst. Ze raken geblokkeerd als er een tekstschema van ze wordt gevraagd. Nog weer anderen werken graag via een prewriting-writing-rewriting-model. Onder leerkrachten komt dit laatste 'type' meer voor dan onder leerlingen.

Sommige leerlingen hebben het liefst expliciete, gedetailleerde en specifieke schrijfinstructies. Graag schrijven ze over zakelijke onderwerpen, waarin concrete informatie wordt verwerkt. De meer intuïtieven vinden creativiteit belangrijker; het liefst hebben ze een ruime schrijfopdracht waaraan ze een eigen interpretatie kunnen geven (Jensen en Di Tiberio, 1984).

Wat voor consequenties heeft dit nu voor het schrijfonderwijs?

Alle persoonlijkheden hebben sterke .en zwakke kanten. Leerkrachten en curriculum-ontwikkelaars moeten zich realiseren dat zij zelf andere schrijfpersoonlijkheden zijn dan leerlingen. Hulp aan probleem-schrijvers moet afgestemd worden op persoonlijke schrijfvoorkeuren van de leerlingen. Sommige schrijfopdrachten passen beter bij de ene en andere opdrachten beter bij de andere persoonlijkheid. Dat betekent dus veel afwisseling en een persoonlijke, gedifferentieerde werkwijze, gebaseerd op brede kennis van methodieken.

 

Taakvariabelen

Een bepaalde opdracht, taak doet een beroep op een bepaalde vaardigheid, een andere opdracht weer op andere vaardigheden. Alles samen is pas schrijfvaardigheid. Bepaalde leerlingen zijn goed in de taak 'vrij opstel' en niet in de taak 'sollicitatiebrieven'.

De te schrijven tekst bepaalt de vaardigheden waarop een beroep wordt gedaan en het verloop van het schrijfproces (een kettingassociatie zet je niet in voor een klachtenbrief).

Er zijn routineklussen, waarbij geen planning en geen bewuste aandacht vereist is (bijv. bij een begeleidend briefje). Er zijn klussen waarvoor de schrijver zijn bestaande kennisreservoir kan aanspreken, zowel voor de inhoud als voor de vorm (beleidsstukken schrijven bijv.) Retorisch plannen is hierbij wel belangrijk. Er zijn daarnaast schrijfkarweien waarbij en de vorm en de inhoud zelf vaak al schrijvend ontdekt moeten worden. Hierbij is het noodzakelijk verschillende rondes van plannen, formuleren en reviseren te doorlopen (Janssen en Schilperoord, 1988).

31

© Nederlandse Taalunie, 2000-2010 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties