taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Vierde conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 4 | Vierde conferentie Het Schoolvak Nederlands (1990)


Bijdrage: Het ontwikkelen van een leerplan schrijven voor de eerste fase van het voortgezet onderwijs (Jan Boland en Vera Kerremans)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

  1. Vervolgens toespitsen: geef een mogelijke titel, kop.

"Eten van fastfood neemt toe"

Fastfood-eters zie je die veel om je heen? Waarom gebeurt dat? Wat verwacht je te zullen gaan lezen? Wat is jouw mening? Wat voor vragen zullen behandeld worden in deze tekst?

  1. Ga nu op de stoel van de schrijver zitten; je maakt voor leeftijdgenoten een tekst over "Eten van fastfood, een probleem?" Wat voor meningen bestaan er over het eten van kroketten, hamburgers enz.? Wat zijn de gewoontes? Welke vragen zijn interessant om te behandelen?

  2. Stel je voor dat iemand na 30 jaar in Nederland terugkeert. Hij/zij heeft al die tijd ergens op een afgelegen plekje gewoond en van de natuur geleefd. Hij/zij weet niets meer van eetgewoontes". Welke vragen zouden bij hem/haar kunnen rijzen als hij rondloopt op straat? Wat zou je hem/haar goed moeten uitleggen. Eventueel een tekst maken voor hem/haar over eetgewoontes jongeren waarin stapsgewijs wordt uitgelegd wat het eetpatroon op straat is.

2. Geschikt voor: het betrekken van de lezer bij de tekst.

  1. Geef een kale, nuchtere en zakelijke tekst. Bijv. over toenemend (auto)verkeer, onveiligheid van fietsers in steden, sportaccomodaties in de stad, provincie enz. De tekst op zichzelf is goed: duidelijke structuur, informatie netjes geordend, maar zeer afstandelijk geschreven. Analyseren: tekst is informatief, geeft cijfers, trekt conclusies; tekst is niet lezers-vriendelijk want je blijft neutraal, niet interessant.

  2. Hoe kun je de lezer er meer bij betrekken? Geef leerlingen een lijstje met taal- en stijlmiddelen:

  •  aanspreekmogelijkheden;

  •  (retorische) vragen;

  •  een sappig voorbeeld, anecdote.

Herschrijven van de tekst zodanig dat er meer interactie met de lezer ontstaat.

3. Geschikt voor: analyseren van en oefenen in toon.

a. Geef leerlingen een te boze of te brutale brief; de schrijver is over de schreef gegaan en bereikt zo zijn doel zeker niet. Hij heeft zich niet ingeleefd in zijn lezer en alleen maar aan zijn eigen boosheid gedacht.

Leraar schetst de situatie, geeft een duidelijk portret van de lezer. Leerlingen analyseren de brief:

  •  hoe komt deze over?

  •  wat zal de reactie zijn van de lezer?

  •  waar gaat het mis?

b. Herschrijven van deze brief: de bedoeling blijft hetzelfde maar hoe kun je een andere toon treffen?

4. Geschikt voor: analyseren van inlevingstechnieken.

a. Sprekers 'bespelen' hun luisteraars vaak op handige manieren. Denk aan: verkiezingstoespraken, partijpropaganda. Korte toespraakjes (video, radio) opnemen en deze analyseren:

  •  op welke wijze speelt de gpreker in op meningen van zijn hoorders?

Hoe probeert hij je er bij te halen?

b.• Zelf een toespraakje in elkaar zetten (bijv. over de zinvolheid van een frisdrankenautomaat in de klas, over het belang van ploégendienst op school: dag- en avondroosters enz.). Hoe maak je je luisteraars warm? Wat voor mening zullen ze hebben? Hoe ga je op eventuele vragen in?

47

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties