taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Vierde conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 4 | Vierde conferentie Het Schoolvak Nederlands (1990)


Bijdrage: Communicatief taalonderijs in de leerplanontwikkeling Nederlands (Helge Bonset)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

bestreken dan alleen 1985, en een brédere respondentengroep. In hoeverre zouden de respondenten uit die onderzoeken dezelfde doelstellingen en situaties voor Nederlands wenselijk vinden, als er in onze inhoudselementen voorkwamen? Dat was de vraag.

Het bleek allereerst dat ongeveer de helft van de inhoudselementen spoorde met door de respondenten in onderzoek genoemde situaties en doelstellingen, de andere helft niet. Die andere helft had betrekking op zaken als: de expressieve, de conceptualiserende, en esthetische functies van taal; informatieverwerving en -verwerking; en reflectie op taalgebruik. De transactionele functie van taal en informatieverstrekking behoorden dus tot de eerstgenoemde helft.

Hebben wij toen vervolgens die andere helft van de inhoudselementen verwijderd uit onze lijst? Zeker niet, om twee redenen. De eerste is dat de uitkomst van de SCO-onderzoeken sterk volgt uit de aard van het onderzoek. Er wordt aan de respondenten namelijk vooral gevraagd naar belangrijke taalsituaties in het dagelijks leven, en dan denken respondenten uiteraard eerder aan een sollicitatiebrief schrijven dan aan schrijvend gedachten ontwikkelen, eerder aan een handleiding lezen dan aan fictie lezen, en eerder aan talig handelen dan aan de reflectie daarop. De tweede reden om niet te schrappen is principiëler. Ook al vinden respondenten zaken onbelangrijk voor het dagelijks leven, daarom kunnen wij nog wel van mening zijn dat het de taak van het onderwijs is mensen met die zaken tenminste in contact te brengen. Fictie, literatuur is daarvan natuurlijk een sprekend • voorbeeld. Ik kom hierop terug in het kader van een vergelijking tussen Communicatief Taalonderwijs en Functionele Taalvaardigheid, verderop.

Wat hebben wij wel gehad aan en gedaan met de vergelijking tussen de SCOonderzoeken en de inhoudselementen? De onderzoeken gaven aanleiding tot revisie van de inhoudselementen, vooral in de zin van nieuwe of duidelijker accenten. Bij spreken/luisteren is in de gereviseerde inhoudselementen meer accent gelegd op formele dialoogsituaties (gesprekken met statusrijkere figuren), en het luisteren in monoloog (o.a. radio, TV) is toegevoegd. Respondenten rapporteren dat namelijk veelvuldig als belangrijke alledaagse taalsituaties. Bij schrijven is meer accent gelegd op de tekstsoorten notities en brieven, en bij lezen op de krant, naslagwerken, handleidingen, en officiële brieven.

Een volgend onderzoekje dat ik wil bespreken heet Functionele Taalvaardigheid nader onderzocht (1989). Daarin hebben we geprobeerd na te gaan hoe het begrip Functionele Taalvaardigheid zich verhoudt tot ons begrip Communicatief Taalonderwijs en wat we er aan zouden kunnen hebben voor de ontwikkeling van ons begrip Communicatief Taalonderwijs. Aanleiding hiertoe waren publikaties in het blad Spiegel van CITO-mensen (Ton Hendrix en Willem van Roosmalen) en een SCO-medewerker (Kees de Glopper). De Glopper deed daar het voorstel om onder een leerplan Communicatief Taalonderwijs een leerplan Functionele Taalvaardigheid te verstaan, dus de beide begrippen gelijk te stellen.

51

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties