taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Vierde conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 4 | Vierde conferentie Het Schoolvak Nederlands (1990)


Bijdrage: Communicatief taalonderijs in de leerplanontwikkeling Nederlands (Helge Bonset)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

beide taken functioneel heten. Wat betekent Functionele Taalvaardigheid dan psychologisch gesproken nog? Blok, de uitvinder van het begrip Functionele Taalvaardigheid, is van dit argument van zijn collega weinig onder de indruk. Ook bij het begrip intelligentie is er weinig samenhang tussen prestaties op verbale taken en op ruimtelijke oriëntatietaken, zonder dat men daarin reden heeft gezien het begrip af te schaffen, zo stelt hij.

Ons onderzoekje maakte aldus duidelijk dat het begrip Functionele Taalvaardigheid nog allerminst uitgekristalliseerd was en dat wij dus onze eigen definitieproblemen niet zouden oplossen als we Communicatief Taalonderwijs door Functionele Taalvaardigheid vervingen. Maar er waren nog meer goede redenen om dat niet te doen.

Het werd ons duidelijk door het bewuste onderzoekje dat de begrippen Functionele Taalvaardigheid en Communicatief Taalonderwijs, voor zover ontwikkeld, bepaald niet hetzelfde inhielden. Functionele Taalvaardigheid richt zich expliciet op alledaagse communicatieve situaties en op doelstellingen die leerlingen in hun buitenschoolse of naschoolse leven nodig hebben. Communicatief Taalonderwijs richt zich op een breder spectrum van communicatieve situaties en functies van taal en geeft bovendien aandacht aan reflectie. Functionele Taalvaardigheid baseert zich op een empirische definitie: met welke taalsituaties komen mensen volgens eigen zeggen in aanraking en welke daarvan achten ze belangrijk. De definitie van Communicatief Taalonderwijs in ons Project heeft sterk normatieve elementen, als het gaat om de noodzakelijke gevarieerdheid van functies en communicatieve situaties, en om reflectie.

Daar zit namelijk een normatieve gedachte achter die luidt: niet iedereen komt ermee in aanraking (met al die functies, al die communicatieve situaties, en met reflectie) maar het is juist de taak van het onderwijs mensen ermee in aanraking te brengen. Deze verklaring danken we overigens voor een groot deel aan De Glopper, die aan het eind van dit onderzoek ook zelf een simpele gelijkstelling Communicatief Taalonderwijs - Functionele Taalvaardigheid niet meer wenselijk achtte. Zo'n gelijkstelling zou namelijk het risico inhouden dat het leerplanontwikkelingswerk Nederlands verschraalt tot alleen maar functionele taken in alledaagse situaties, waarbij zaken als conceptualiseren, reflecteren, fictie lezen uit de boot vallen.

Dat zo'n gevaar niet denkbeeldig is, illustreert een boekje van Rijlaarsdam over basisvorming voor Nederlands (1989). Laat ik allereerst de sterke punten aangeven van dit boekje. Rijlaarsdam biedt een heel interessant model voor de kern van het vak Nederlands, waarin taalgebmiksfuncties en competenties (linguïstisch, pragmatisch, textueel, socio-cultureel, meta-communicatief, en fluency ofwel vlotheid) en de verschillende modi van taalgebruik (spreken/ luisteren, enzovoort) met elkaar verbonden worden. Hij geeft daarmee het belang aan dat hij hecht aan een onderliggende theoretische structuur voor het vak Nederlands, vooral om "los situatie-onderwijs" tegen' te gaan. Het gevaar van de opvatting van Functionele Taalvaardigheid, ook onderkend door de mensen van de Onderzoeksgroep Taalonderwijs, is namelijk dat er een onderwijsprogramma ontstaat, dat bestaat uit een aantal te oefenen situaties

53

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties