Bundel 4 | Vierde conferentie Het Schoolvak Nederlands (1990)
Bijdrage: Communicatief taalonderijs in de leerplanontwikkeling Nederlands (Helge Bonset)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »
Mijn conclusie luidt als volgt: Communicatief Taalonderwijs valt niet gelijk te stellen aan Functionele Taalvaardigheid. Communicatief Taalonderwijs rekent meer taalfuncties en taalsituaties tot zijn domein dan Functionele Taalvaardigheid, en baseert zich hiervoor op normatieve argumenten, die door de Functionele Taalvaardigheid-stroming te weinig gewicht worden toegekend.
2. De opbouw van Communicatief Taalonderwijs
Ik ga nu over tot de behandeling van de tweede vraag: wat houdt het begrip opbouw van Communicatief Taalonderwijs in?
Het belang van deze vraag is voor ons het volgende. In het Projectplan 1987 hebben we gekozen voor een sterk gestructureerd vakleerplan en voor daarbinnen eveneens gestructureerde onderwijsleerpakketten. Onder gestructureerd verstonden we dat het leerplan een duidelijke volgorde van leerinhouden en een daaraan gekoppelde tijdsbesteding moest voorstellen. We kozen hiervoor op grond van literatuuronderzoek: werk van Ax (1985) over planningsgedrag van leraren, van Van Batenburg en anderen (1986) over het omgaan van leraren basisonderwijs met taalmethoden, en het al genoemde onderzoek van Kroon (1985) naar leraren Nederlands en communicatieonderwijs. Op grond van die literatuur .denken wij dat een leerplan met veel structuur het leraren beter mogelijk maakt om routinematig te plannen, nieuwe routines te ontwikkelen voor Communicatief Taalonderwijs. Daar komt bij dat we de opvatting van Ten Brinke uit 1983 (zijn oratie: Bij Nederlands leer je iets!) delen dat ook leerlingen gebaat zijn bij een gestructureerd leerplan, omdat hun dan duidelijk is wat ze eigenlijk leren bij Nederlands.
Een gestructureerd deelleerplan Communicatief Taalonderwijs willen ontwikkelen roept de vraag op: wat houdt dat in, opbouw/structuur van zo'n leerplan? Uiteraard ligt het praktische leerplanontwikkelingswerk niet stil tot deze vraag beantwoord is; ook leerplanontwikkelaars kennen de onvermijdelijke discrepantie tussen praktijk en retoriek. Maar de bewuste vraag heeft ons wel gemotiveerd om wat verkenningen uit te (laten) voeren.
Een eerste verkenning was al eerder gestart in opdracht van de VALOMoedertaal, en heet Leerlijnen. (1989). De aanleiding vormden de hoge verwachtingen die in het Spiegelcurriculum (een intussen ingetrokken veldaanvrage voor leerplanontwikkeling Nederlands in de le fase van het Voortgezet Onderwijs) werden uitgesproken ten aanzien van het begrip Leerlijn. Leerlijnen zouden houvast moeten bieden aan docenten bij het plannen van vakinhouden en leeractiviteiten binnen Communicatief Taalonderwijs, zowel ten behoeve van een les, als van een periode, als van een volledig leerjaar. Ze zouden moeten helpen om het fragmentarische beeld te herstellen dat veel leraren en leerlingen hebben van Communicatief Taalonderwijs, en dat in sfeer ligt van "Feiertags"-onderwijs, een extraatje naast het echte Nederlands. Ze zouden ook een volwaardig alternatief moeten helpen vormen voor het schoolboek. Maar gek genoeg werd de term leerlijn in het Spiegelcurriculum wel veel gebruikt maar nergens omschreven, net als in
55