taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Vierde conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 4 | Vierde conferentie Het Schoolvak Nederlands (1990)


Bijdrage: Communicatief taalonderijs in de leerplanontwikkeling Nederlands (Helge Bonset)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Als je leerlijn nu eens even zou zien als een andere term voor opbouw/structuur, dan zou de conclusie uit dit onderzoekje kunnen luiden:

Opbouw aanbrengen in een curriculum Communicatief Taalonderwijs betekent méér dan alleen het onderwijsaanbod verdelen over de lessen en de leerjaren. Het betekent ook uitspraken doen over de ontvangstkant: de verwerving van kennis, vaardigheden en attitudes door de leerlingen. Daarvoor is nodig dat het curriculum stoelt op een goede theorie (of meerdere), waarvoor leerpsychologie en psycho-linguïstiek zeker in aanmerking komen.

Een tweede en laatste onderzoekje waarover ik het wil hebben in het kader van de opbouwvraag is gedaan in opdracht van onze Projectgroep, maar ten behoeve van de Eindtermencommissie Nederlands. Het is gedaan door Annemiek Hogendorp en Marijke Koppers en heet Afstand en het niveau-onderscheid van eindtermen (1988).

Op een VALO-conferentie had Ten Brinke, voorzitter van de Eindtermen-commissie, de suggestie gedaan dat het afstandsprincipe van Van Peer en Tielemans (Instrumentaal, 1984) bruikbaar zou kunnen zijn voor het niveau-onderscheid in de eindtermen. Hogendorp en Koppers hebben het boek Instrumentaal bestudeerd en geanalyseerd, en aanvullend Van Peer geïnterviewd. Ze concluderen dat het afstandsprincipe inderdaad mogelijkheden biedt voor niveau-onderscheid in eindtermen. De Eindtermencommissie heeft die uiteindelijk niet zo sterk benut. Een toepassing ervan vindt u wel in het boekje van Rijlaarsdam over basisvorming.

Het gaat mij nu niet om eindtermen, en daar ga ik dus ook niet verder op in. Het gaat mij erom dat via dit onderzoekje het bewuste afstandsprincipe voor ons weer in de aandacht kwam, en graag breng ik het ook hier opnieuw onder uw aandacht. Wat houdt het in?

Van Peer en Tielemans zien afstand als indicator van de graad van abstractie van taalgebruik. Hoe groter de afstand, hoe hoger de abstractiegraad van het taalgebruik. Het gaat dan ten eerste om de afstand tussen spreker en hoorder; die kan ruimtelijk, temporeel, en psycho-sociaal variëren. Verder weg, langer geleden, meer sociale afstand (formeler), maakt de communicatie minder direct en meer abstract. Ten tweede gaat het om de afstand tussen communicatiedeelnemers en hun onderwerp. Waarnemen van iets is de minst abstracte mentale operatie; daarna volgen resp. herinneren, begrijpen en categoriseren, en abstraheren. Die mentale

operaties uiten zich in bijpassend taalgebruik.

Op grond van dit afstandsprincipe onderscheiden Van Peer en Tielemans vier soorten onderwijsleeractiviteiten, met toenemende afstand en dus abstractie:

  1. intern taalgebruik (binnen de grenzen van de persoon);

  2. interactie (gesprekken met anderen);

  3. tekst (deelnemers aan de schriftelijke interactie zijn niet fysiek bij elkaar aanwezig);

  4. kritiek (tekst wordt geproblematiseerd; grotere afstand tussen communicatiedeelnemers en het onderwerp van de tekst).

57

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties