taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 4

Vierde conferentie Het Schoolvak Nederlands
Hugo de Jonghe
1990
228 pagina's

Chris de Bruycker

EIGENWIJZE VONDEL EIGENZINNIG EN ZINVOL OP DE PLANKEN IN 1989

(Produktie: Adam in ballingschap door de Korrekelder uit Brugge)

Enkel in Nederland had het Publiekstheater met Jules Croiset de laatste tien jaar tot tweemaal toe een Vondel opgevoerd: Lucifer en Adam in ballingschap. In Vlaanderen is het ronduit zeer lang geleden.

Bij de 400e verjaardag kreeg acteur Dries Wieme het in zijn soms wel eigenzinnige kop Adam in ballingschap van onder het stof te halen. Bij navraag bij een aantal toneelgezelschappen naar de bereidwilligheid om met een groot ensemble dit stuk te monteren, verklaarde men hem op een haar na knettergek. Maar Dries Wieme zou Dries Wieme niet zijn, volhardde hij niet in zijn koppigheid: hij nam juist de handschoen op om "dit onopvoerbare, oubollige, achterhaalde werk" op de planken te zetten.

Voor hem betekende dit een regelrechte uitdaging om de breedsprakigheid van 400 jaar geleden te confronteren met taalgebruik en gevoel van een hedendaags publiek en moderne theatermakers. Zijn persoonlijke fascinatie voor de rijkdom en vormelijkheid van Vondels taal in perfecte harmonie met de inhoud - "de

fabel van de zonde" - en de diepgang van de personages groeiden voor hem uit tot een ware noodzaak tot opvoering. Voor Wieme eigenlijk te herleiden tot "zijn liefde en eerbied voor Vondel".

Merkwaardig genoeg werd in Nederland de toelating tot opvoering van dit stuk pas in 1906 definitief (een oud geschil tussen het Hollandse Calvinisme en de katholieke Vondel postuum uitgevochten) en juist bij onze noorderburen waagt men er zich nu nog altijd aan om Adam in ballingschap te spelen. In Vlaanderen daarentegen wordt blijkbaar niet veel meer gedaan aan dit cultureel erfgoed.

Van zodra je vandaag de dag als theatermaker een zogenaamde klassieker op het toneel wil zetten, word je meteen in jezelf en in het theatermilieu met die typische vraag geplaagd en wordt de eeuwige discussie meteen heropend: actualisatie of niet? Vondel in oude "Vlaamsche" gewaden en decors, met rustieke "Vlaamsche" accessoires of het andere uiterste: Vondel in new-beat-stijl?

Dries Wieme koos resoluut voor een soepele actualisering, maar

bleef zeker niet steken bij de modieuze modernisering van de aankleding: hij begon pas bij een doorgedreven poging om een hedendaagse interpretatie te vinden.

60

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties