taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 4

Vierde conferentie Het Schoolvak Nederlands
Hugo de Jonghe
1990
228 pagina's

Hij liet zich in de eerste plaats adviseren door Pat van Hemelrijck, een acteur die uitsluitend alleen optreedt, met een resem poppen en spelobjecten erbij. Daarna ging hij Ronnie Commissaris aanspreken als regisseur. Het werden lange discussies vol wikken en wegen, afzien van de plannen, terug opnemen en vooral veel over-en-weer-gepalaver, dat uiteindelijk tot vruchtbare conclusies leidde.

In een ultieme fase werd aan de oorspronkelijke tekst geen letter gewijzigd, alleen werden er een aantal coupures uitgevoerd en werden sommige tekstflarden van plaats veranderd. En uiteraard werd de soms nogal omslachtige dialoog gereduceerd tot een meer gebalde monoloog, waarbij een acteur wel 25 grotere en kleinere rollen speelt, en dit slechts vergezeld van een figurant.

Het personage dat als centrale focus werd gekozen in deze voorstelling is de duivel, waarbij hier meteen ook een ambigu vraag rijst: herbeleeft de duivel dit verhaal of droomt hij het? Het antwoord steekt in de voorstelling. Bespiegeling dus - zoals men het vroeger in de humaniora de leerlingen inlepelde omtrent Vondel. Ergo geen personages van vlees en bloed met ingewikkelde psychologische structuren, in conflict met zichzelf en hun omgeving; maar veeleer contrasten van ideeën, om niet te zeggen van symbolen.

Dergelijke overwegingen dwongen acteur Dries Wieme, regisseur Commissaris en adviesgever Van Hemelrijck in een bepaalde symbolische vormentaal, in een tekentaal waarbij de naïviteit van het oorspronkelijke verhaaltje gevrijwaard moest blijven en de laat maar zeggen zware karikaturale trekken van de personages bijna onmiddellijk de sfeer van een poppenkast oproepen.

Het theater is bovendien een bijzonder levendig en beeldrijk medium, dat zich uitermate leent tot het visualiseren van» een extreme gedachtenwereld waarin tekst en beeld tot een synthese komen. Vandaar dus ook de keuze om Lucifer als grote "mani-tout", als een bijzonder begaafd en behendig poppenkastspeler, de touwtjes bijna letterlijk in handen te laten nemen en te laten spelen met de objecten van zijn wraak: Adam en Eva. Van een manipulatie gesproken...

Een grote ronde tafel (de Hof van Eden, de Aarde) als centraal speelvlak, van waaronderuit Lucifer als uit de Onderwereld opduikt ("uit de Zwavelpoel komt opdonderen van beneden"), het eerste mensenpaar bespiedt en strikt. Daarboven een enorme kroonluchter ("het alverkwikkend Licht"): de hogere macht, het oord van waaruit "hemelse personagien" neerdalen (zoals de engel Gabriel via een microfoon, via een ex-machina-effect) en ook meteen het enige licht dat de duivel schuwt.

Voor het rechtlijnige verloop van de voorstelling werden parallellen gezocht in de geijkte gebruiken en symbolische objecten en gerechten van een bruiloftsmaal. Van aperitief tot geflambeerde ijstaart krijgt het publiek alles onder zijn ogen geserveerd: culinaire attracties als vruchten van de natuur, als trekpolen van de verleiding. Geen enkel object om en rond de tafel is er toevallig bijgekomen: elk voorwerp is heel doordacht gekozen en past perfect in de symboliek van het originele Vondelstuk en in de gastronomische keuken.

61

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties