taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 4

Vierde conferentie Het Schoolvak Nederlands
Hugo de Jonghe
1990
228 pagina's

Regisseur en acteur gingen zich tijdens de repetities ook vragen stellen over wat dit "treurspel aller treurspelen" vandaag nog inhoudelijk voorstelt. Wie stellen Adam en Eva de dag van vandaag voor behalve dat ze in hun blootje rondlopen? Een slang als grote verleider? Je moet wel Freud heten om er iets meer achter te vinden...

Men zocht naar situaties die vertaald konden worden naar onze tijd: Lucifer als een kolonel op b.v. de Filippijnen, die met een coup de macht probeert te veroveren, weer onderduikt en zich wreekt op de dorst naar kennis van Adam en Eva, of schrijven we hier: van Eva en Adam? Met een verrekijker en gasmasker verschijnt hij vanonder de tafel als uit het maquis, met een camouflagepak aan als een meester in de vermomming. Lucifer is duidelijk in oorlog - in guerilla - met de Hemel. Hij verandert zichzelf dan listig en behendig in een slang door de gestalte van een deftige-tot-playboy-heer-in-zwart-pak aan te nemen. Tenslotte verandert dit heertje een derde keer in een kok die voor het bruidspaar letterlijk wat "bekokstoofd". Er: wordt b.v. een zuurzoete vinaigrette gemaakt wanneer het echtelijke geluk van Adam en Eva (in deze voorstelling weergegeven als een olie- en azijnstel) wordt geëvoceerd. Olie en azijn gaan samen, maar smaken in combinatie toch nog altijd wat wrang en zuur na. Er wordt kruidige mosterd bij de mayonaise gevoegd wanneer er over de duivel sprake is en bij een echtelijke ruzie wordt er letterlijk met borden vanop de bruidsdis gegooid. De Vervreemding is groot, maar het werkt zeer doeltreffend.

Het zijn allemaal ondeugende, maar verre van gratuite of blasfemische knipoogjes, die spelen met soms wel de karamelverzen en waarvan de relativerende humor juist ligt in het contrast tussen het archaïsche 17e-eeuwse taalgebruik en de moderne vormgeving.

Toch ontaardt dit alles nooit in enige vorm van parodie op Vondel, op enige schimppartij, want daarvoor blijft de eerbied voor en de schoonheid van Vondels taal te groot. Het is veeleer een logische, visuele transcriptie, die soms kabaretesk en soms ontwapenend is en vol kleine verrassingen zit: consequent doorgevoerde contrapunten tussen beeld en tekst. Het is ook evenmin objectentheater.

Er is me dunkt iets mis met ons hedendaags filologisch gevormd gevoel voor oude literatuur. Dit erfgoed, dit cultuurbezit - in casu een barok museumstuk van Vondel -. verleent men immers geen dienst door een vorm van vals respect. Zoals regisseur Commissaris zegt: "Het spelen van Vondel vandaag is gelijk te stellen met het restaureren van een tot ruïne vervallen kapel. De restauratie gebeurt volgens de kenner nooit met genoeg eerbied voor het oorspronkelijke bouwwerk en de leek kijkt .hoofdschuddend toe naar de handsvollen geld en de moeite die ze aan zo'n "heilig huizeken" hangen. Maar vooral: het puin is toch pittoresk genoeg, dus blijft men er beter. af'.

Op de repetities voor deze voorstelling is eerlijk gezegd heel wat afgelachen en het publiek heeft daar tijdens de voorstelling evenveel recht op. Er werden try-outs georganiseerd voor verschillende categorieën van publiek: de

62

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties