taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 4

Vierde conferentie Het Schoolvak Nederlands
Hugo de Jonghe
1990
228 pagina's

Vondelkenners struikelden - plichtsgetrouw? - over de ingetrapte heilige huisjes; een onbevangen en onbevooroordeelde publieksgroep was wild ingenomen met deze opvoering en een derde categorie, leerkrachten, voor wie de voorstelling een openbaring en vooral een herontdekking van Vondel was en die zich werkelijk te pletter liepen om er schoolvoorstellingen van te organiseren. Er zijn natuurlijk altijd van die toeschouwers die tussen twee stoelen vallen en die dan ook bij deze Adam in ballingschap-versie van verbijstering naar verontwaardiging of naar bewondering overschakelden. Wat een theatervoorstelling al niet teweeg kan brengen...

Maar een didactische vinger dient wel geheven: deze voorstelling in klasverband bijwonen vergt, om niet te zeggen: eist, een grondige voorbereiding in de klas. Een inleiding op deze voorstelling is vooral gediend met een vergelijking van het origineel met het nieuwe eindprodukt van Wieme en Commissaris. Enkele treffende fragmenten uit het origineel illustreren schitterend de taalrijkdom, de taalbeelden en ook de rode draad in het verhaal.

Bovendien bestaat er van deze toneelproduktie een video-opname, zodat vooraf goed gekozen fragmentjes kunnen getoond en becommentarieerd worden in de klas. Ze prikkelen tenslotte ongetwijfeld ook de nieuwsgierigheid van de toekomstige, jonge toeschouwers. Uitspraken in de pers zoals "Vondel zoals het op school nooit mocht" zijn uitermate lovend bedoeld. Een bundel recensies bij deze voorstelling is dankbaar materiaal voor en na de voorstelling. Ze bevatten rijke stof voor vergelijkend onderzoek en bovendien is het ideaal materiaal om in klasverband een toneelrecensie te leren lezen, interpreteren en gebruiken. Voeg daarbij een onuitputtelijke bron aan vakterminologie, geijkte uitdrukkingen en cliché-woordenschat in verband met theater en beoordeling. De sterke superlatieven waarmee Dries Wieme in deze recensies tot vedette wordt uitgeroepen, schenken dan weer mogelijkheden tot items over het vak van een beroepsacteur, over concentratie- en inlevingstechnieken, over acteursscholen, over memoriseren en over durven spelen en het plezier van te spelen met volle overgave.

Aansluitend kan hier zelfs het show-element onder de vorm van participatie en betrokkenheid van het publiek (zoals het in deze voorstelling naar voren komt) vermeld worden en/of vergeleken worden met andere show-technieken, die hier dan weer niet aanwezig zijn. Vervolgens is er de essentie van monoloog-dialoog: alweer theaterwoordenschat, maar nu gecombineerd met de theorieleer.

Het uitlokken van een debat in de klas, na het zien van de voorstelling, kan georganiseerd worden rondom het thema van conservatisme en progressisme in de kunst; cf. het al dan niet actualiseren (en dan nog op een dergelijke wijze) van een klassieke Vondel of andere hoogverheven klassieker. Zoeken naar de politieke achtergrond van de recensenten en van de krant zelf kan hierbij een addendum worden. En een gelegenheid om het over objectiviteit en subjectiviteit te hebben.

Ten gevolge van dit soort debat ontstaat er automatisch een vraag: kan men op grond van deze of gene recensies als leerkracht de beslissing te nemen om

63

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties