taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Vierde conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 4 | Vierde conferentie Het Schoolvak Nederlands (1990)


Bijdrage: Van grammatica tot taalbeschouwing (W.I.M van Calcar)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

4.1. Grammatica en schrijven

Een leerling moet een verzoek aan de gemeente doen in verband met een feestavond in een openbare ruimte. Hoe komt hij aan de inhoud van zijn brief? Als leraar wil ik hem niet eenmalig helpen, maar hem een methode verschaffen die in het algemeen van nut is wanneer het gaat om vinden van inhoud of stof. Ik zal eerst een mogelijk resultaat geven, en vervolgens de methode met behulp waarvan dat resultaat bereikt is.

Ik ga uit van een handeling die te maken heeft met het verzoek, b.v.: een feest willen organiseren of een avond verzorgen. In termen van de grammatica betekent dit, dat ik naar een gezegde zoek, al dan niet vergezeld van wat ik noodzakelijke aanvullingen noem. Daaraan stel ik zogenaamde topische vragen: eerst de vragen naar de noodzakelijke aanvullingen wanneer deze nog niet (alle) gegeven zijn; vervolgens de vragen naar plaats, tijd, oorzaak, enz. Wanneer een antwoord zich beperkt tot een voornaamwoord, dan volgt de vraag naar de invulling daarvan. Voor de gegeven handeling levert dat het volgende resultaat op:

Wie willen een feest organiseren? Wij. Wie wij, als wat of in welke hoedanigheid? Drie van mijn vrienden en ik, leerlingen van de Michiel de Ruyter School.

Waarom willen we dat? Er is niets voor ons in ons dorp. Het is er altijd zo saai.

Wanneer? Op een zaterdag in april.

Hoe lang? Van 8 tot 3 uur.

Waar? In het Verenigingsgebouw Ons Plezier.

Hoe? Met een band en dansmuziek. Wat voor een band en wat voor een dansmuziek? De X-band die popmuziek maakt met een behoorlijk volume.

Wanneer deze vragen gesteld zijn, kunnen n.a.v. de antwoorden nieuwe vragen komen en nieuwe antwoorden. Zo kan het antwoord Het is er altijd zo saai de vraag uitlokken: hoezo saai? En het antwoord: In het Verenigingsgebouw: Waarom daar?

De methode die aan deze uitwerking ten grondslag ligt, is deze. De leerling wordt gevraagd de volgende stappen te zetten:

  1. Kies een handeling of toestand waarover je iets wil zeggen; kies daarvoor een werkwoord of werkwoordelijke uitdrukking: zoals een feest organiseren. Wanneer je rekening houdt met de tekstsoort, kan je beginnen met de vermelding van de taalhandeling: iemand verzoekt iemand iets; met welk doel? een feest organiseren.

  2. Voeg daarbij wat je nodig vindt om dat werkwoord te gebruiken: wij willen een feest organiseren.

70

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties