taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 4

Vierde conferentie Het Schoolvak Nederlands
Hugo de Jonghe
1990
228 pagina's

Een werkwoord ontbreekt. Men wil geen mooipraterij, men wil uitgaan van realiteiten? Dus een vervolg van men mikt op? men mikt op iets, men wil niet dit, maar dat? Dus, men mikt op het ideële: uitgaan van realiteiten? Opnieuw ontbreekt het werkwoord, opnieuw een vervolg van men mikt op, men wil?

Hij spreekt van paradox. Paradox = het ene lijkt in strijd met het andere. Zijn er dan twee dingen die hij noemt en die tegenstrijdig lijken? Ja: uitgaan van realiteiten en ook weer niet.

Wat ik hier laat zien, en waar ook andere auteurs op wijzen, is dat grammatica van nut is voor de oplossing van onbegrip (cf. Stutterheim, 1954; De Glopper & Rijlaarsdam, 1983: 94). Het verhaal van Lubbers leidde bij mij tot interpretatieproblemen: ik begreep zijn tekst zo nu en dan gewoonweg niet. Om tot begrip te komen heb ik een vraagstelling gehanteerd die gebaseerd is op de door mij voorgestelde grammatica-methode. Dat werkte. Een werkwijze die eveneens op grammatica is gebaseerd, maar meer intuïtief en minder methodisch geeft Hulshof & Klomp 1979.

4.4. Grammatica en kennisverwerving

De grammatica kan ook haar dienst bewijzen, wanneer het gaat om kennisverwerving, met name om het zich eigen maken van begrippen (cf. Van Calcar 1987: 126; 141). Ik geef eerst een voorbeeld, dat ik daarna toelicht.

Een leerling moet zich het begrip maatschappij eigen maken, op zijn niveau, en als bewijs van zijn kunnen er een klein verhaal over vertellen, b.v. in een geschiedenisproefwerk. Daarvoor ontleedt hij het woord etymologisch en morfologisch: maat, maatschap. Een maat is een makker, partner, iemand die je bijstaat, op wie je aan kunt, met wie je afspraken hebt gemaakt, met wie je samen werkt, enz. Zoiets kan een leerling al weten. Het volgende zal hij in een woordenboek moeten opzoeken. Een maatschap is een officieel verband, mensen verplichten zich tot iets; een overeenkomst waarbij twee of meer personen zich verbinden iets in gemeenschap in te brengen en het voordeel samen te delen (Van Dale). Vervolgens stelt hij zichzelf topische vragen aan het materiaal dat de ontleding tevoorschijn heeft geroepen: waarvoor werken ze samen of waarvoor zijn ze maten, met welk doel? Om er beter van te worden, om elkaar te kunnen helpen, om te zorgen dat je plezierig werkt. Met welk effect? Je maakt afspraken, waar je je aan houdt. Voor hoe lang? Zolang als het duurt, zo lang als je wil, altijd. Daarna geeft hij synoniemen of omschrijvingen van het woord maatschappij, al dan niet met behulp van het woordenboek: 1. vereniging 2. samenleving, omgang en verkeer van mensen. Hieraan kan hij dezelfde vragen stellen als aan maat of maatschap. Uit het resultaat van zijn werk kan hij het verhaal samenstellen dat hij nodig heeft. Dit verhaal geeft te kennen, wat hij op dat moment voor begrip heeft van wat een maatschappij is. Op basis daarvan kan de leraar nagaan, welke begripselementen daaraan nog ontbreken. Zie voor een verantwoording van deze wijze van werken: Henneman & Van Calcar,1988: 148.

74

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties