taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 4

Vierde conferentie Het Schoolvak Nederlands
Hugo de Jonghe
1990
228 pagina's

6. Grammatica, deel van taalbeschouwing

Een leerling die op de door mij gedemonstreerde wijze zowel zijn kennis als zijn schrijf- en leesvaardigheid helpt ontwikkelen, is bezig met taalbeschouwing die zijn uitgangspunt vindt in de grammatica (semantiek en syntaxis). Vanuit deze praktische gerichtheid op schrijven en lezen kan taalbeschouwing uitgebouwd worden tot een ideële, kritische taalbeschouwing (Van Calcar 1987: 28). Dat is het geval wanneer men zich richt op vragen als: van wie komt de tekst en welk belang dient ze; in welke bewoordingen is ze gesteld? zijn het ook mijn woorden? welke visie op de werkelijkheid spreekt uit het woordgebruik? en wat zegt de tekst niet? Deze ideële vorm van taalbeschouwing is dan gegrond op een stevige, materiële basis, namelijk (systematische) kennis van de taal. Vervolgens kunnen leerling en leraar verder gaan op hun weg naar taalbeschouwing, kunnen zij ook het gebied van de taalhandeling (pragmatiek) binnen hun gezichtskring halen. Ik zie dus deze weg voor me: een hervorming van de huidige schoolgrammatica langs de lijnen die ik schetste in par. 5, zodanig dat ze taalbeschouwingsonderwijs mogelijk maakt in dienst van praktische en ideële doelen. Deze grammatische vorm van taalbeschouwing wordt uitgebouwd tot zij ook de pragmatiek omvat.

Tot slot. Intussen zijn de eindtermen taalbeschouwing verschenen. Wat in de voorstellen ontbreekt, is een visie, een stellingname, waarom de genoemde zaken zo nodig binnen het onderwijs gehaald moeten worden, een achterliggend leerplan (Van Gelderen, 1989). Met name ontbreekt de relatie taalbeschouwing en taalbeheersing, terwijl juist het antwoord op de vraag, wat aan taalbeschouwing nodig is, gekoppeld moet worden aan de vraag, wat aan taalvaardigheid nodig is. Dit pleidooi kan men al terugvinden in de brochure uitgegeven door de Stichting Leerplan Ontwikkeling: Aanzet tot een leerplan taalbeschouwing (Van Calcar, Clemens, Henneman, Leeflang en Pleging, 1984).

Literatuur

Aalberts, H., W. van Calcar & H. Meddens, Taalbeheersing + Taalbeschouwing = Onderwijs in het Nederlands, in Moer 1974-3/4 (congresnumer): 134-136.

Adriaensen-Busch, M., & P. Adriaensen, Het onderwijzen van Nederlands als tweede taal, Wolters-Noordhoff, Groningen, 1984.

Assink, E.H.M, De relatie tussen grammaticale kennis en spelvaardigheid, in Levende. Talen 355 (1980): 765-770.

Bonset, H., W. van Calcar, H. Meddens & A. Struijk, Een ander Nederlands: Taalbeschouwing, in Moer 1975-3: 167-183. Kongres 1975. Ook verschenen in: P. Kuyer & G. Tienstra-Schipperheijn (red.), Het beste uit Moer 69-78, VON, Veghel, 1980.

Calcar, W. van, Grammatica in het basis- en het voortgezet onderwijs, in Levende Talen 293 (1972): 524-534.

77

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties