brengen, hij kan ons doen lachen of esthetisch ontroeren, hij kan het onuitsprekelijke bespreekbaar en voorstelbaar maken, hij kan taal zeer compact, gebald maken en verlevendigen, en is een essentieel element om het taalvermogen en de taalreflectie aan te scherpen.
Redenen genoeg om de metafoor niet te bekijken als een aanhangsel of schoonheidsvlekje van de taal maar als een onmisbaar patroon in onze communicatie.
De herkenning van de metafoor
Als je leerlingen een tekst uit de krant aanbiedt en je vraagt of er metaforen in staan, zullen zij er slechts weinige aanduiden. Een aantal metaforen zijn in ons taalgebruik versteend, 'dood' zodat ze niet langer als metaforen worden aangevoeld. Het zijn nog metaforen voor linguïsten, maar eigenlijk niet meer voor de gemiddelde lezer. We moeten m.a.w. achter de standaardbetekenissen kijken om nog het metaforisch karakter van vele uitdrukkingen te vinden zoals in: hij kwam op het idee, het viel hem in dat... Hier is de metaforische betekenis in het lexicon opgenomen en vastgelegd. Het lijkt mij niet zo dwingend om de metaforische oorsprong van deze uitdrukkingen, die vandaag onder de waarnemingsdrempel vallen, in de klas te behandelen.
De vaststelling dat vele 'dode' metaforen niet opgemerkt worden, is dan ook niet in tegenstrijd met de bedenking dat de metafoor gemakkelijk herkenbaar is omdat hij opvalt, eigenaardig aandoet, een spanning oproept of verrast in de context of situatie waarin hij voorkomt. Dat is natuurlijk bij uitstek op oorspronkelijke, levende metaforen van toepassing. Bij standaardmetaforen zoals 'riviermond', 'tegen de stroom oproeien' enz. is het metaforisch karakter sporadisch en op de achtergrond aanwezig, maar het kan gemakkelijk weer levend worden gemaakt b.v. door een kleine toevoeging: 'tegen de nerveuze mensenstroom oproeien'...
De scheiding tussen metafoor en niet-metafoor is evenwel niet met een duidelijke streep te trekken. Een reeks zinnen kan dit aantonen:
- de hond blaft
- de hond huilt
- de hond weent
- de hond spreekt - de hond vertelt
- de hond discuteert
Deze reeks verloopt in stijgende lijn: de eerste zin 'de hond blaft' zal niet als een metafoor worden aangeduid. Ook de tweede zin niet' al kun je hier beginnen twijfelen. Maar we zijn de uitspraak zo gewend, zij is opgenomen in het woordenboek als een standaarduitdrukking, en de gemiddelde gebruiker verstaat ze onmiddellijk. 'De hond weent' is al ongewoner, ook al worden
8