Bundel 5
Vijfde conferentie Het Schoolvak Nederlands
P.M. Nieuwenhuijsen
1992
270 pagina's
Op school Z is sprake van een gewone, reguliere les Nederlands die ook als zodanig op het rooster staat. Dit betekent dat er niet de nadruk ligt op het aanleren van één bepaalde vaardigheid, maar dat meerdere elementen uit het programma aan de orde komen. Zo wordt er niet alleen gekeken naar verklarend lezen maar komen ook oriënterend en opiniërend lezen aan de orde en is er ook aandacht voor zaken als woordbetekenissen, spelling, uitdrukkingen, tekstinhoud en dergelijke. De leraar zorgt ook voor mondelinge en schriftelijke overhoringen en de leerlingen krijgen punten. De lessen op school Z geven daardoor een gevarieerde indruk, ook omdat de leerlingen alle opdrachten uit de handleiding moeten maken. Dit betekent dat er tekeningen gemaakt mogen worden, dat er onderling overlegd mag worden over dingen die de leerlingen persoonlijk herkennen in de teksten en dat de leerlingen worden uitgedaagd een persoonlijke mening te vormen over de verhalen. De teksten worden in deze klas gebruikt op een manier die dicht in de buurt komt van de wijze waarop de samenstellers van de boekjes zich dit hadden voorgesteld. Er wordt gebruik gemaakt van de informatie die bij ieder verhaal in de handleiding wordt gegeven. Ook worden de lessuggesties van de samenstellers gebruikt. Dit alles leidt tot lessen met een duidelijk intercultureel en mondiaal-vormend gehalte.
Het verschil in aanpak tussen school W en school Z is natuurlijk niet zo verwonderlijk. Op school W gaat het niet in eerste instantie om het geven van een interculturele les maar om het op een specifieke manier leren tekstverklaren, terwijl op school Z, doordat ook aandacht aan de inhoud van de teksten geschonken wordt, het interculturele, mondiaal-vormende aspect wel heel duidelijk een rol speelt. Dit illustreert dat de rol van de leraar en de bedoeling die deze heeft met de lessen van groot, om niet te zeggen doorslaggevend belang is bij de uiteindelijke vorm die een les krijgt.
Samenvattend stellen we vast dat de lessen op school Z anders van invulling zijn wat betreft het gedeelte 'Nederlands'. Daarnaast is echter ook de interculturele of mondiaal-vormende invulling anders. Slechts bij uitzondering wordt er in de lessen op school W aandacht besteed aan de inhoud van de verhalen, i.c. het leven op het platteland van Peru. En als dit al gebeurt, staat het betrekkelijk los van wat er in de rest van de les aan de orde is. Het staat als het ware los van de 'echte les' en is niet geïntegreerd. De nadruk ligt zoals gezegd heel duidelijk op het leren tekstverklaren in de vorm van een soort van examentraining waarbij de leerlingen geleerd wordt hoe ze op het examen antwoord moeten geven en aan welke vormelijke eisen zo'n antwoord moet voldoen. Slechts af en toe wordt er ingegaan op de inhoud van de tekst, maar dit is meer een soort toegift van de leraar dan een daadwerkelijke invulling van het begrip intercultureel onderwijs. De leraar stapt dan af van de hoofdzaak van de les en dwaalt even af naar een ander onderwerp, waarbij het valt te betwijfelen of de leerlingen begrijpen waarom dit gebeurt. Dat er enige verwarring heerst over de status van de lessen kan worden afgeleid uit het volgende fragment.
De leraar heeft net iets verteld over verschillende soorten bijgeloof naar aanleiding
10