taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Vijfde conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 5 | Vijfde conferentie Het Schoolvak Nederlands (1992)


Bijdrage: Het leesverslag als onderdeel van het leesdossier (Koos Hawinkels)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

3. Didactische reacties op een leesverslag; een handleiding voor leraren

3.1 Inleiding

Het maken van leesverslagen is een kunst die geleerd moet worden. Daarom is het van groot belang dat de leerlingen er zo goed mogelijk bij geholpen worden. Onderwijs is immers niet alleen het geven van opdrachten - dat kun je een verstandige conciërge laten doen - het is het helpen moeilijke taken tot een goed einde te brengen, dat steeds handiger en efficiënter te doen en steeds moeilijker taken aan te kunnen.

Afgezien van de instructie vooraf, die de leerling moet leren zich een procedure eigen te maken, zal de hulp vooral bestaan uit commentaar van medeleerlingen en van de leraar op gemaakte verslagen en de opdracht iets met dit commentaar te doen. Het is dus van belang voor die commentaren dat zij aanleiding zijn tot een didactisch verantwoorde opklimming in moeilijkheidsgraad van de reactie die van de leerling gevraagd wordt. En het is van belang voor de opdracht die eraan verbonden is, dat die leidt tot een vergroot vermogen van de leerling de volgende keer een beter leesverslag te maken.

De aanwijzingen die hier volgen staan zo goed mogelijk gerangschikt in volgorde van moeilijkheidsgraad voor de schrijver en herschrijver van het verslag. Nog één opmerking vooraf. Omdat goed schrijfonderwijs een cyclisch karakter heeft, waardoor er veel herschreven en aangevuld moet worden, en omdat het maken van leesverslagen behalve literatuur- ook een onderdeel van schrijfonderwijs is, moeten de meeste verslagen worden aangevuld of moeten passages herschreven worden.

3.2 Hoe te handelen

1. Je doet er verstandig aan steeds goedkeuring te uiten. Dat lijkt flauw, maar is nodig omdat de leerling zich serieus heeft ingespannen, een prestatie geleverd heeft en daarvoor erkenning en waardering verwacht. Krijgt hij die niet, dan is de kans groot dat hij de volgende keer veel minder gemotiveerd aan zijn verslag werkt. Bij een leesverslag is die positieve feed back des te noodzakelijker, omdat het resultaat en het leerproces voor een zeer groot gedeelte afhangen van de intrinsieke gemotiveerdheid van de leerling. Hij moet het een nuttige en plezierige bezigheid vinden. Vandaar dat de enige reden waarom hij geen goedkeuring kan krijgen, is dat hij er met de pet naar heeft gegooid.

Die goedkeuring kan behalve op de kwaliteit van het verslag betrekking hebben op de omvang ervan, de verzorging, wijze van formuleren, helderheid van uitspraken, gedane moeite etc. Dus ook als het inhoudelijk (nog) niks is, is stimulans door positief in te gaan op wat wel goed is, noodzakelijk.

129

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties