taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Vijfde conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 5 | Vijfde conferentie Het Schoolvak Nederlands (1992)


Bijdrage: Europeanisering van het literatuuronderwijs? (Frans Hertoghs)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

EFFECT 4: Voor enkele leerlingen die een speciale aanleg of voorgeschiedenis hebben, voorziet juist dit onderwijs in een behoefte; uit deze leerlingen komen veel docenten moedertaal voort.

  1. Oordeelsvorming bij de leerling

Bij het literair-historisch onderwijs worden teksten (en zelfs auteurs!) aangeboden als goed of interessant zonder dat de leerling de gelegenheid krijgt zich daar zelf een eigen, desnoods afwijkende mening over te vormen. Als het oordeel van de leerling dus negatiever uitvalt dan de canon toestaat, moét er dus sprake zijn van een defect bij de leerling: zijn smaak, inzicht, ontwikkeling (niveau) of tekstbegrip schieten dan tekort. "Het is jammer dat je niet van Vondel (Du Perron, Verwey enz.) kunt genieten! Daar zit zoveel moois en goeds (enz.) in! Hopelijk zul je dat later nog ontdekken..." In dat opzicht is literair-historisch onderwijs dus altijd convergent.

Wellicht zijn er tussen de oude teksten wel enkele waar de leerling in beperkte mate van kan genieten (mits hij gemotiveerd is en voldoende op de hoogte!). Maar dan toch mist hij de literaire, logisch-historische lijn. Bijvoorbeeld omdat de voorafgaande periode hem absoluut niet aansprak of zelfs tegenstond. Die momenten blijven voor vrijwel alle leerlingen incidenteel, rari nantes in gurgite vasto, onsamenhangend. Leerlingen hebben niet de kans gehad zich op grond van eigen waarneming en leeservaring een oordeel te vormen over wat ze wel en wat ze niet willen en kunnen lezen. De confrontatie tussen wat ze werkelijk vinden en wat ze horen te vinden is vaak fnuikend voor het zelfvertrouwen in de keuze en waardering van (al dan niet literaire) teksten.

Of is het misschien zo dat we het belangrijker vinden dat leerlingen cultuurhistorie (rond teksten) leren en nemen we de negatieve effecten op het gebied van lezen maar op de koop toe?

EFFECT 5: Leerlingen leren dat -ze niet mogen vertrouwen op hun eigen oordeel; de mening van deskundigen is altijd meer waard; hun afwijking is negatief te interpreteren.

  1. Tekst en persoon

In het traditioneel literair-historisch onderwijs wordt erg veel aandacht besteed aan de persoon van de schrijver. Teksten worden zonder uitzondering auteursgewijze gerangschikt, en er wordt veel plaats ingeruimd voor biografieën. Dat is eigenlijk bijzonder vreemd. Wat is er nu het belangrijkst, de tekst of de schrijver? En dan nog: zijn alle teksten van bekende schrijvers goed? Zijn schrijvers bekend omdat ze goed zijn? Zijn er geen uitstekende teksten gemaakt door minder bekende schrijvers? Hoe komt het dat ze bekend zijn? Waren ze bekend in hun eigen tijd? (Cats bv.) Hebben ze grote invloed gehad op de ontwikkeling van teksten (Tachtigers?) (van wie dan?) of van de gang van de cultuur (Marx?, Freud?) Zijn ze

159

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties