taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 5

Vijfde conferentie Het Schoolvak Nederlands
P.M. Nieuwenhuijsen
1992
270 pagina's

leraar: Wat betekent dat dan?

leerling: Dat Engeland India regeerde.

leraar: Mensen uit Engeland waren op dat moment de baas in India.

De leraar vraagt aan een leerling, Olivier, waarom hij denkt dat deze vraag over koloniën gesteld wordt. Olivier antwoordt dat dat is omdat Peru een kolonie van Spanje is geweest. De leerlingen moeten vervolgens het eerste verhaal voor zichzelf lezen en zelf een vraag bedenken over het leven van mensen in Peru. De leraar legt aan sommige leerlingen nogmaals uit wat een kolonie is. Dan zegt de leraar voor de hele groep dat het verhaal zich afspeelt in het Andesgebergte. Carlos uit Mexico zegt dat het een heel belangrijk gebergte is. Als de leraar vraagt waarom dit dan wel zo is, antwoordt hij:

leerling: Vanwege het toerisme.

leraar:   Is toerisme dan belangrijk?

leerling: Ja voor het geld voor de inkomsten.

leraar:   Heb je wel het idee dat dit land wat geld kan gebruiken?

leerling: Ja, geld speelt de belangrijkste rol, wie in de derde wereldse landen geen geld heeft is er niks.

leraar: Ja, nu kom jij met een nieuw woord op de proppen: derde-wereldlanden. Jij vindt Peru een derde-wereldland. Wat is een derde-wereldland?

leerling: Afrika, Azië.

leraar: Waarom?

leerling: Omdat ze arm zijn. Ze hebben economische problemen.

De leraar legt uit wat derde-wereldlanden zijn en dat Peru waarschijnlijk wel een derde-wereldland is. Hij gaat hierop verder door te vragen of er dan ook een eerste wereld bestaat.

Als we deze twee lesfragmenten uit school Z en school W vergelijken zien we dat de leraar op school W relatief weinig informatie geeft over de inhoud van het boekje. Er wordt slechts heel even gepraat over Peru en de leraar gaat al vrij snel over tot de orde van de dag, te weten een les tekstverklaren. De informatie die het boekje zelf biedt, wordt nauwelijks gebruikt. Op school Z is de inleiding aanmerkelijk uitgebreider. Peru wordt geografisch geplaatst met behulp van een kaartje. De leerlingen krijgen de kans om te vertellen wat zij weten over Peru. Daarbij moet wel worden aangetekend dat er in de klas enkele leerlingen zitten die uit Zuid-Amerika afkomstig zijn, zodat er wat meer mogelijkheden zijn om de leerlingen actief te betrekken bij het onderwerp. We zien dit ook duidelijk gebeuren. Enkele leerlingen geven commentaar op wat de leraar zegt. Deze maakt daar op zijn beurt handig gebruik van door de opmerkingen van zijn leerlingen te verwerken in zijn eigen verhaal. Er ontstaat een dialoog tussen de klas en de leraar. Op school W is er, zoals gezegd, een duidelijke scheiding tussen het taalgedeelte en het interculturele gedeelte. De opmerkingen van de leraar naar aanleiding van de inhoud van de tekst zijn losse onderbrekingen van de les. Ze zijn geen deel van een samenhangend geheel maar een soort afleiding voor de leerlingen om ze even uit het tamelijk formele en technische tekstverklaren te halen.

16

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties