Bundel 5
Vijfde conferentie Het Schoolvak Nederlands
P.M. Nieuwenhuijsen
1992
270 pagina's
In belangrijke mate onafhankelijk van het gebruikte materiaal bepaalt de leraar uiteindelijk voor het grootste deel de inhoud en structuur van zijn lessen. Hij is degene die uitmaakt of een les een intercultureel karakter krijgt, puur Nederlands is of een combinatie van beide. Behalve de samenstelling van de klas speelt hierbij waarschijnlijk vooral zijn visie op het vak Nederlands en zijn visie op intercultureel onderwijs een rol. Nader interviewonderzoek bij de twee betrokken leraren en toetsing van onze onderzoeksbevindingen aan hun eigen interpretatie van de gegeven lessen, zal in hun beweegredenen om de lessen zo in te richten als ze doen meer duidelijkheid moeten brengen. Pas als die duidelijkheid er is zal een definitiever antwoord op de onderzoeksvraag van de VADO mogelijk zijn (5).
Noten
-
Meer informatie over het VADO-project en de boekjes die tot nu toe verschenen zijn, is te verkrijgen bij Fenno Moes en Ida Sjouwerman, Oranje Nassaulaan 51, 1075 AK Amsterdam, tel. 020-798876 (tevens besteladres).
-
De VALO-M adviseert het Instituut voor Leerplanontwikkeling SLO te Enschede met betrekking tot plannen voor en produkten van leerplanontwikkelingswerk voor het moedertaalonderwijs. De adviezen van de VALO-M zijn onafhankelijk, vakinhoudelijk en veldgebonden. De vakinhoud waar de VALO-M zich mee bezighoudt is de moedertaal. Die term vergt wellicht enige verheldering, met name met het oog op het uitgevoerde onderzoek. In de meeste schoolsoorten en onderwijsniveaus staat moedertaalonderwijs op het rooster als 'Nederlands' (in het voortgezet onderwijs) of 'Nederlandse taal' (in het basisonderwijs). Het betreft hier het onderwijs in de Nederlandse standaardtaal. De advisering van de VALO-M beperkt zich echter niet tot het vak Nederlands als standaardtaalonderwijs, maar houdt zich daarnaast ook bezig met de relatie tussen standaardtaalonderwijs en niet-standaardvariëteiten, Nederlands als tweede taal, onderwijs in talen van etnische minderheidsgroepen (OETC/OET), onderwijs in het Fries in Friesland, en taalonderwijs in het kader van intercultureel onderwijs. Om haar adviestaak naar behoren te kunnen vervullen moet de VALO-M onder andere kunnen beschikken over kennis van de praktijk van moedertaalonderwijs. Het uitgevoerde onderzoek draagt tot de ontwikkeling van dergelijke kennis bij.
-
De gehanteerde onderzoeksmethode sluit aan bij het werk van het Nijmeegse Werkverband Onderzoek van Moedertaalonderwijs (zie S. Klinkenberg et al., Het onderzoek naar vernieuwing en vernieuwingsweerstanden in (voortgezet) moedertaalonderwijs. In: Spiegel 2 (1984), nr. 3, 5-32).
-
Zie voor een introductie: J. van Hoeij, Over een andere boeg. De invoering van intercultureel onderwijs op scholen voor voortgezet onderwijs. Een handboek voor ico-coördinatoren. 's-Hertogenbosch, LPC, 1989 en J. van Hoeij, N. van der Vegt en H. Wilmink (red.), Intercultureel onderwijs per vak bekeken. Suggesties voor docenten in het voortgezet onderwijs. 's-Hetogenbosch, LPC/SLO, 1990.
-
Het adres van de auteurs is: Faculteit der Letteren, Katholieke Universiteit Brabant, Postbus 90153, 5000 LE Tilburg
18