taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Vijfde conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 5 | Vijfde conferentie Het Schoolvak Nederlands (1992)


Bijdrage: Vernieuwing aan een zijden draad (Rudi Liebrand, Sylvia Erlings, Wilma Groeneweg, Ru Klein, Ron Oostdam & Tom Weijers)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Een tweede vernieuwingsaspect is de eis dat tekstervaring onderwerp van toetsing wordt. De commissie werkt dit onderdeel als volgt uit: "De kandidaten zijn in staat mondeling of schriftelijk hun persoonlijke reactie op de werken te verwoorden en zich rekenschap te geven van hun in de loop der tijd en per werk mogelijk wisselende ervaringen. (Het gaat dus uitdrukkelijk om iets anders dan een uittreksel of het interpreteren, analyseren en beargumenteerd beoordelen.)" (CVEN 1991, 15).

Het centraal stellen van de affectieve verwerking van literatuur vindt de Taakgroep uiterst zinvol. Goed literatuuronderwijs moet in onze ogen aansluiten bij het niveau en de belangstelling van leerlingen. En hoewel de commissie de term niet meer hanteert, pleit ze in feite voor het leesdossier.

Problematisch blijft de vraag wie bepaalt welke boeken leerlingen voor hun lijst mogen lezen? Het aantal staat vast. En door voor te stellen dat de helft representatief moet zijn voor de Nederlandse literatuurgeschiedenis sluit de commissie uit dat alleen hedendaags werk gelezen wordt. Formeel is dit de enige beperking in de keuzevrijheid van kandidaten. Het staat scholen en docenten echter vrij deze keuze verder in te perken. Een school kan de te lezen boeken aan allerlei regels binden, zoals een beperkte lijst van boeken die de docent zelf gelezen heeft. Kortom, de vrijheid voor scholen kan de keuzevrijheid voor leerlingen tot een minimum beperken. Wat komt er dan nog terecht van de eigen leeservaring van leerlingen? Inperking van de vrije boekenkeuze zal niet de intentie van de commissie zijn, maar ze sluit deze ook beslist niet uit. De commissie zou er daarom goed aan doen de keuzevrijheid van leerlingen meer expliciet als een recht te omschrijven.

Al met al zijn wij positief over: het centraal stellen van teksten in het literatuuronderwijs, het benadrukken van affectieve verwerking van literaire werken en de beslissing literair-historische kennis afhankelijk te maken van de gekozen boeken. We adviseren de vrije boekenkeuze voor leerlingen meer expliciet te waarborgen in het examenprogramma.

Taalkunde

Ondanks de vele kritische reacties op de voorlopige voorstellen heeft de commissie gemeend het onderdeel taalkunde ongewijzigd te moeten handhaven. Het voorstel van de commissie is: "De kandidaten worden een of meer niet behandelde teksten over taalkundige onderwerpen voorgelegd die inhoudelijk aansluiten bij reeds in de lessen besproken teksten. (...) de kandidaten (moeten) er blijk van geven dat zij verantwoorde uitspraken kunnen doen over de besproken taalverschijnselen en taalkwesties" (CVEN 1991, 9).

Het opnemen van taalkunde in het examenprogramma is een vernieuwing die wij vooralsnog niet afwijzen, ondanks het feit dat er volgens ons op dit moment geen groot draagvlak voor is onder docenten. De inhoud van een onderdeel taalkunde moet echter wel van belang zijn voor het latere leven-leren-werken van de kandidaat. Voor de CVEN heeft die inhoud twee aspecten: "1) het kunnen onderkennen

189

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties