taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 5

Vijfde conferentie Het Schoolvak Nederlands
P.M. Nieuwenhuijsen
1992
270 pagina's

4.4.3 Gesprekken voeren

Uitwerking van 4.4.3. deelvaardigheid 4: doelgericht doorvragen Essentie doelgericht doorvragen

Vragen vormen een belangrijk bestanddeel van veel gesprekken. Je stelt vragen om iets aan de weet te komen of als je de ander niet goed begrijpt, je beantwoordt vragen om informatie te verschaffen aan je gesprekspartner.

Met duidelijke, directe vragen kan je vaak op een efficiënte manier je gespreksdoel bereiken.

Wanneer je gesprekspartner goed- of kwaadschiks niet meteen de gewenste informatie geeft, moet je doorvragen, de vraag in andere woorden opnieuw stellen, op een andere manier je gespreksdoel zien te bereiken. Als je bijvoorbeeld niet begrijpt wat de kraamhulp je uitlegt over de voeding van de baby, moet je net zolang doorvragen tot je het wel precies snapt en niet ontmoedigd raken. Als je informatie wilt over verschillende vakantiemogelijkheden in een bepaalde provincie moet je zorgen dat ze je niet afschepen met een kleurenfolder over een duur bungalowpark. Je moet doorvragen, preciezer uitleggen wat je bedoelt, zodat je de gewenste informatie krijgt.

Om greep te houden op het gesprek, te zorgen dat je eigen belangen aan bod komen moet je tijdens het gesprek steeds 'controleren' of het gesprek zich in de gewenste richting ontwikkelt. Je gespreksdoel moet van te voren heel duidelijk zijn en tijdens het gesprek in de gaten worden gehouden.

Sommige mensen zijn verbaal heel handig, geven weinig ruimte aan de ander en praten hem of haar snel iets aan. De leerlingen moeten daar enigszins tegen gewapend worden

42

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties