Ik kan u zeggen dat deze opstelling van de commissieleden me verraste. Ze zijn zonder uitzondering nog roomser dan hun voorzitter, dacht ik. Want hoewel ikzelf altijd nogal fundamentalistische opvattingen heb gehad, vond ik steeds ook enige aandacht voor functionele vaardigheden geboden. Ik was dan ook degene die de brief en de studietekst in eerste instantie in het examen wilde, wat uiteindelijk alleen met de brief (en dan nog voorwaardelijk) is gebeurd. Maar daarover later. Na deze korte geschiedenis van de genese van het beginsel van fundamentaliteit, wordt het tijd voor een nadere omschrijving van de term 'fundamentele vaardigheid'. Vooral de verhouding tot de twee concurrenten 'functionele vaardigheid' en 'communicatieve vaardigheid' moet verduidelijkt worden. Pas na deze begripsverheldering zal ik beargumenteren waarom de fundamentele• vaardigheden in de bovenbouw van vwo-havo prioriteit verdienen.
1. Fundamentele vaardigheden, wat zijn dat?
Laat ik beginnen met toe te geven dat de term 'fundamentele vaardigheid' zijn nadelen heeft. De term roept gemakkelijk misverstand en weerstand op. Hij riekt naar 'back to basics'. Dat wil zeggen naar taaltechnische niet-communicatieve vaardigheden als spellen en grammaticaal correct formuleren. Naar deelvaardigheden ook waarop vooraf in geïsoleerde vorm geoefend moet worden om een stevige basis te leggen voor de latere uitvoering van complete functionele taaltaken. Hij doet vermoeden dat het zelfs de bedoeling is deelvaardigheden op het eindexamen te toetsen en de complete functionele taken vooruit te schuiven tot na de school.
Hoewel zal blijken dat deze interpretatie (3) niet helemaal onjuist is, grotendeels onjuist is deze uitleg wel. Vooral de opvatting dat fundamentele vaardigheden beperkt zouden zijn tot de niet-communicatieve vaardigheden is verkeerd. Zeker, goed kunnen spellen en grammaticaal correct formuleren zijn schoolvoorbeelden van fundamentele vaardigheden, maar goed kunnen argumenteren is dat ook. En deze toch duidelijk communicatieve vaardigheid heeft zowat een spilfunctie in de CVEN-voorstellen. Fundamentele vaardigheden zijn inderdaad deelvaardigheden, maar het centraal stellen van deelvaardigheden verplicht nog niet tot preliminaire en geïsoleerde training en tot aparte toetsing van deelvaardigheden. Het is ook mogelijk deze vaardigheden in meer complete situaties te oefenen en te examineren, zoals in de voorstellen van de commissie vaak het geval is: het debat, de groepsdiscussie en het betogende artikel voor een schoolkrant op basis van informatie-vooraf.
Samenvattend: fundamentele vaardigheden zijn dus niet beperkt tot niet-communicatieve taaltechnische vaardigheden en fundamentele vaardigheden impliceren niet per se preliminaire en geïsoleerde training en toetsing van deelvaardigheden.
Duidelijk is nu, hoop ik, wat de voorkeur voor fundamentele vaardigheden niet
47