taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 5

Vijfde conferentie Het Schoolvak Nederlands
P.M. Nieuwenhuijsen
1992
270 pagina's

hoofdzaak aangeduid met drie tekstfuncties (globale taalhandelingen): uiteenzetting, beschouwing, betoog. Soms wordt aanvullend een bepaalde, tamelijk schoolse verschijningsvorm genoemd zoals debat en discussie (bij schrijven gaat het deels om uiteenlopende typen opstellen). Er zijn slechts twee uitgesproken functionele tekstsoorten: brieven en circulaires.

Onder de tekstsoorten worden in de opgenomen citaten categorieën activiteiten genoemd die te zamen de bewuste globale taalhandelingen constitueren. Bijvoorbeeld produceren en herschrijven bij 'schrijfvaardigheden'. In de volledige tekst van de voorstellen blijft het hier niet bij. Elk van de gecursiveerde activiteiten wordt nog nader gespecificeerd in wat ik de eigenlijke fundamentele taalvaardigheden zou willen noemen. Bij produceren van schriftelijke teksten zijn dat bijvoorbeeld (in samengevatte vorm):

inhoudselementen ontwikkelen, kiezen en verbinden;

inhoud ordenen;

inhoud taalkundig en stilistisch verwoorden;

verwoorde tekst presenteren (spelling etc.).

In de hoofdcategorisatie plus de specificaties schuilt een tweede selectiemoment. Immers, alleen de genoemde vaardigheden zijn officieel examenstof. Het verschil met het eerste moment, de keuze van tekstsoorten, is echter de impliciete pretentie van uitputtendheid. Van inhoud ontwikkelen tot presenteren van de tekst is alles opgesomd dat bij schrijfvaardigheid denkbaar lijkt. Die opsommingen zijn steeds gebaseerd op al dan niet recente taalwetenschappelijke analyses en lopen parallel aan analytische beoordelingsmodellen. De zojuist gegeven indeling van fundamentele schrijfvaardigheden bijvoorbeeld is stilzwijgend ontleend aan zo'n oude indeling als de takenleer uit de klassieke retorica en men vindt deze in essentie ook terug in analytische beoordelingsvoorschriften. Belangrijk is hierbij dat de indelingen meestal verder reiken dan de tekstsoorten waar ze bij aansluiten: zo geldt de genoemde indeling van schrijfvaardigheden grotendeels voor alle schrijfprodukten.

Ik vat opnieuw samen: de fundamentele vaardigheden van de CVEN zijn die deelvaardigheden die volgens taalwetenschappelijke analyse komen kijken bij het omgaan met tekstsoorten als uiteenzetten, beschouwen, betogen (in hun aangeduide gedaanten als voordracht tot en met opstel). Voor een groot gedeelte gaat het hier om vaardigheden die een groter bereik hebben dan de genoemde tekstsoorten. Al met al zit de beperking vooral in de gekozen drie taalhandelingen uiteenzetten, beschouwen en betogen en - in het bijzonder - de schoolse verschijningsvormen ervan als debat, groepsdiscussie tot en met opstel. Dit brengt me bij de rechtvaardiging van de CVEN-keuzen.

3. Waarom fundamentele vaardigheden en waarom deze?

Volgens haar vijfde uitgangspunt heeft de CVEN gekozen voor vaardigheden waaraan een maatschappelijke behoefte bestaat op voorwaarde dat zij onderwijs-

50

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties