De Vries 1981). Ten tweede is voor vele vormen van publiekgerichtheid weer levenservaring en kennis van de werkelijkheid nodig. Ten derde gaat het hier om een begrip dat door zijn vaagheid en veelomvattendheid sowieso al lastig te doceren valt.
De voorlopige oplossing van de CVEN was, kort aangeduid, de volgende. Bij de mondelinge vaardigheden is uitgeweken naar 'schoolse' genres die een aantal fundamentele vaardigheden, zoals argumenteren, centraal stellen waarom het in de functionele taaltaken uit de tekorten-top-5 lijkt te draaien. Omdat deze genres, namelijk het betoog, het debat en de groepsdiscussie, reeds op enige schaal in het onderwijs en de toetsing voorkomen, leek dit niet bij voorbaat onhaalbaar. Bij de schriftelijke vaardigheden is onder meer gekozen voor een tweede schrijftoets in het schoolonderzoek. Hier leken, met een casusaanpak, wel functionele opdrachten, zoals brieven en circulaires, realiseerbaar.
Bij de communicatieve vaardigheden werd de oplossing gevonden in de frase 'doel- en desgevraagd publiekgericht'. Dit betekent dat de eis van doelgerichtheid steeds en de eis van publiekgerichtheid soms gesteld wordt. Wanneer dit mogelijk is - zoals bij brieven en mondelinge betogen voor medeleerlingen - wordt publiek-gerichtheid gevraagd, maar bij meer journalistieke genres als stukken voor de opiniepagina wordt dat niet gevraagd.
Ondanks de betrachte terughoudendheid is de commissie toch nog te optimistisch geweest over de uitvoerbaarheid van haar voorlopige voorstellen. In het bijzonder bij de voorgestelde toets mondelinge vaardigheden werd ze door een forse meerderheid van de docenten teruggefloten. Betogen, debatten en groepsdiscussies: de meerderheid vindt deze vormen in de gegeven omstandigheden niet onderwijs- en toetsbaar. Dat heeft met tijdgebrek en volle klassen te maken, maar ook met dieperliggende zaken. Zo merkte een leraar op dat het bij al deze vormen om 'onmetelijke en onmeetbare sociaal-emotionele factoren' gaat, waar een leraar Nederlands geen raad mee weet (Het CVEN-rapport, hoofdstuk 4). Deze brede afwijzing heeft ertoe geleid dat de toets mondelinge vaardigheden in de definitieve voorstellen vooralsnog niet algemeen verplicht is voorgeschreven. Hetzelfde is gebeurd met de functionele schrijftoets in het schoolonderzoek. Op zichzelf is deze toets volgens de docenten wel uitvoerbaar en wenselijk, maar aangezien het totale programma overladen bevonden werd, heeft de CVEN ervoor gekozen ook de tweede schrijftoets vooralsnog niet algemeen verplicht te maken. Daar achter schuilt mede een waardeoordeel over de wenselijkheid van functionele toetsen, het laatste punt van mijn beschouwing.
Wenselijkheid
Om de wenselijkheid van voorstellen te kunnen bepalen heb je maatstaven nodig. Je moet weten wat je wil bereiken, in dit geval met het taalvaardigheidsonderwijs Nederlands. Volgens de CVEN zou dat moeten zijn: er voor zorgen dat abituriënten
52