taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 5

Vijfde conferentie Het Schoolvak Nederlands
P.M. Nieuwenhuijsen
1992
270 pagina's

bevredigend met de taal kunnen omgaan in hun persoonlijk leven, in hun studie en werk. Bevredigend in hun eigen ogen en in die van anderen. Wat als 'bevredigend' kan gelden, is volgens de commissie niet alleen een kwestie van feiten, maar ook van normen en waarden.

Met andere critici van (te) functionalistisch taalonderwijs (o.a. Van Wijk 1989) was de CVEN in de eerste plaats van mening dat je de wenselijkheidsvraag niet volledig kunt beantwoorden via het meten van maatschappelijke behoeften zoals de SCO dat doet. Weliswaar is het zeker waardevol te horen welke tekorten in het bijzonder abituriënten voelen op het terrein van het praktische taalgebruik, maar dat wil niet zeggen dat dit het enige is wat telt. Zaken als 'kritisch lezen' en 'constructief discussiegedrag' bijvoorbeeld wilde de CVEN niet laten afvallen, ook al waren die nergens in het behoeftenonderzoek.

Dit was een normatieve en tot op zekere hoogte een subjectieve beslissing. Toch denk ik dat de werkelijke kwestie elders ligt, namelijk op het feitelijke vlak. Hier zou je dus op objectieve gronden kunnen beslissen, ware het niet dat de feitelijke kennis daarvoor grotendeels ontbreekt, zodat je toch weer op persoonlijke schattingen aangewezen bent. De eigenlijke kwestie is volgens mij niet 'wat willen we bereiken met ons onderwijs': daarover zijn we het redelijk eens. Oneens zijn we het pas over de vraag 'hoe kunnen we deze vrij algemeen onderschreven doelen in het onderwijs in de gegeven omstandigheden zo efficiënt en effectief mogelijk nastreven.' Ik werk dit uit aan de hand van een eerder genoemd voorbeeld.

Iedereen zal het er wel over eens zijn dat abituriënten in het HBO en WO goed uit de voeten moeten kunnen met hun studieboeken. Ze moeten die tentamen-voorbereidend kunnen bestuderen. De vraag is nu wat de leraar Nederlands in de bovenbouw daarvoor moet doen. Zoals vermeld was ik oorspronkelijk van mening dat met het oog hierop tekstbestuderingsvaardigheden als schematiseren, markeren, op tentamenvragen anticiperen in de examenprogramma's opgenomen moesten worden. Ik twijfel nu nog, maar heb me neergelegd bij de meerderheid van de commissie die dit niet nodig vindt. Training en toetsing van fundamentele vaardigheden als samenvatten en tekstanalytische vaardigheden als hoofdgedachten per alinea aangeven, lijken voldoende en in elk geval de beste aanpak in de weinig tijd die ter beschikking staat. Eigenlijk zou je hier op grond van gedegen empirisch onderzoek willen beslissen, maar bij gebrek hieraan ga je af op je indruk.

Zo heeft de CVEN in het algemeen geredeneerd. Alleen voor de brief, de circulaire e.d. wilde ze wel plaats inruimen, maar toen er gesneden moest worden als gevolg van een overladen programma, ging ook dit restje direct functionalisme (voorwaardelijk) voor de bijl.

De keuze voor fundamentele vaardigheden was voor de CVEN dus gebaseerd op doelmatigheid. Over een tweede reden is in de commissie niet gesproken, maar ik kan er voor mijzelf aan toevoegen dat ik een concentratie op fundamentele vaardigheden ook als doeltreffender zie. Een voorwaarde hiervoor is wel dat het

53

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties