taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 5

Vijfde conferentie Het Schoolvak Nederlands
P.M. Nieuwenhuijsen
1992
270 pagina's

catieve richting. De vertegenwoordigers van die richting zullen, vermoed ik, vooral bang zijn dat het deelvaardighedenonderwijs toch bestendigd en mogelijk zelfs bevorderd wordt. Nogmaals: dit hoeft niet, maar opnieuw voeg ik eraan toe dat al te absolute afwijzing van deelvaardighedenonderwijs me ook onverstandig lijkt. Het is jammer voor de discussie, maar ik heb een nogal 'genuanceerd' standpunt: het taalonderwijs kan volgens mij het beste een mix zijn van fundamenteel en functioneel, taalkundig en communicatief, gehele en deelvaardigheden. Hoe deze ingredienten zich zouden moeten verhouden, zou voorwerp van aanhoudend onderzoek en experimenteren in de klas moeten zijn.

Noten

  1.    Met 'functionele vaardigheden' verwijs ik naar vaardigheden die 'in hun geheel' in het leven voorkomen, zoals het opbellen van een instantie of het lezen van een gebruiksaanwijzing. De term is ontleend aan SCO-publikaties (waarin overigens vaker in abstracto sprake is van 'functionele taalvaardigheid'). Bonset 1989 bevat een overzicht van de uiteenlopende manieren waarop SCO-medewerkers deze term gebruiken en de nogal verschillende houdingen die zij tegenover functionalistisch onderwijs aannemen. (Een handige samenvatting van de eisen waaraan een functionele toets moet voldoen, geeft Van Gelderen 1991, 16-17). Bij 'communicatieve vaardigheden' kan men minstens in twee uiteenlopende richtingen denken: de analytische richting van taalbeheersers als Drop (begonnen met Drop 1971) en de holistische richting van didactici als Griffioen (1975). In Bonset 1989 wordt het functionalisme van de SCO en het holistische concept 'communicatief taalonderwijs' van de SLO, dat .op onder anderen Griffioen teruggaat, tegenover elkaar geplaatst (zie voor een bespreking Lentz en Van den Bergh 1990).

  2.    Zie voor alle verwijzingen naar de CVEN-voorstellen Het CVEN-rapport, hoofdstuk 5.

  3.    Deze grotendeels verkeerde interpretatie heb ik niet zelf bedacht, maar kwam voor in de reacties van Ten Brinke, de SLO en de VELON op de voorlopige voorstellen van de CVEN.

  4.    Men kan die top-lijsten onder meer terugvinden in Het CVEN-rapport, hoofdstuk 3.

  5.    Zoals onder andere nagestreefd in het SLO-project waarover men in Bonset 1989 kan lezen.

  6.    Hieruit blijkt dat 'doelgerichtheid' in de CVEN-voorstellen een beperktere betekenis heeft dan er elders wel aan wordt toegekend - ook dit hangt samen met het verschil tussen schoolse en buitenschoolse situaties.

Literatuur

Andeweg, B. en J. de Vries, Een blik op empirisch onderzoek voor het schrijfonderwijs, in: Leidse Werkgroep Moedertaaldidactiek , Moedertaalonderwijs in ontwikkeling, Muiderberg: Coutinho, 1982, 31-62.

Bonset, H., Functionele taalvaardigheid nader onderzocht. Enschede: SLO, 1989.

55

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties