Byzantijnse erfgoed benaderen; ook wordt aandacht besteed aan de Afrikaanse, Arabische, Chinese, Japanse, Amerikaanse en andere culturen waarmee de Europese cultuur op een of ander manier verbonden is.
U zal zich ondertussen wel afvragen hoe en in welke mate aan al deze literaturen (en sinds de afbraak van de muur van Berlijn, zijn ook de Centraal- en Oosteuropese landen erbij gekomen), verspreid over de eeuwen heen, aan hun trekken kunnen komen. De aandacht gaat vooral uit naar de convergenties, de gelijklopende tentlenzen, waarvoor de meest representatieve auteurs en hun werk werden gekozen; daarnaast worden de divergenties, of met andere woorden de eigen specifieke nationale kenmerken van deze literaturen ook in de verf gezet.
De hoofdzakelijk discursieve tekst wisselt op geregelde tussenpozen, af met fragmenten originele teksten met Franse vertaling erbij, en fraaie illustraties uit verschillende contexten die de economische, politieke, sociale en breed-culturele aspecten voor elke periode in kaart brengen. Daarnaast werden een 20-tal "auteurs-phare"-bakens gekozen die een iets extensievere behandeling krijgen; voor elke periode wordt één van de dominerende genres gedetailleerder ontwikkeld. De doelgroep is het brede gecultiveerde publiek.
Diezelfde vereniging heeft zich verder tot doel gesteld dit breed Europese panorama, of zoals het in het NRC-Handelsblad (1 juli 1991) genoemd wordt de 'internationale Eurodelta', kenbaar te maken aan een andere doelgroep, met name de leerlingen van het secundair onderwijs van de verschillende Europese landen, voornamelijk die van de Europese gemeenschap via de Europese commissie, en de andere Europese landen via de Raad van Europa. Binnen dit perspectief werden een aantal vergaderingen gepland waarbij de curricula werden vergeleken en de° verschillende handboeken. Onze collega Frans Hertoghs zal U daar misschien iets meer kunnen over zeggen, over de verschillende attitudes tegenover het literatuuronderwijs en de reële kloof tussen Noord- en Zuid-Europa. Ik laat dit aan hem over en wil me nu meer concentreren op het fenomeen zelf. Hoe komt het dat zo'n VZW is opgericht? In welke mate is dit symptomatisch voor wat de laatste jaren aan het gebeuren is, voor wat zich op de Europese scene afspeelt. Meteen moge dit ook een soort reflectie zijn over wat we zelf aan het doen zijn, wanneer we een cursus 'Europese literatuur' doceren, waarom we het doen en hoe we onze studenten kunnen betrekken bij dit boeiende maar complexe gegeven.
| |
Er gaat geen dag voorbij of we lezen in een of andere krant, of magazine iets over 'Europa 1992'; een greep eruit: "In de culturele tussenhandel ligt onze kracht", "lezers van VN over de (minder) aardige kanten van Europa", enz.
De BBC lanceert vanaf 30 september haar "Europe today" en "Europe tonight"; we zijn allen min of meer vertrouwd met Maxwells The European. We zijn het misschien iets minder met gespecialiseerde tijdschriften zoals Lettre internationale dat simultaan in zes verschillende talen en hoofdsteden verschijnt en ons een breed panorama geeft met teksten van de hedendaagse schrijvers zoals C. Milosz, J.
58 |