taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 5

Vijfde conferentie Het Schoolvak Nederlands
P.M. Nieuwenhuijsen
1992
270 pagina's

lende delen uit de serie ongeveer even goed verkopen. Maatschappelijke gebeurtenissen hebben opvallend weinig invloed op de verkoop. Toenemende belangstelling voor bijvoorbeeld Zuid-Afrika leidt dus nauwelijks tot meer vraag naar boekjes over dat thema (1).

3. Het onderzoek

Het onderzoek dat is uitgevoerd, komt voort uit de wens van de samenstellers van de reeks 'Interculturele en mondiale verhalen' een indruk te krijgen van de wijze waarop hun lesmateriaal in de scholen daadwerkelijk gebruikt wordt. In het onderzoek staat dan ook de vraag centraal wat er gebeurt bij Nederlands als gebruik wordt gemaakt van 'Interculturele en mondiale verhalen'. Door de VALO-M werd het onderzoek van belang geacht met het oog op (advisering over) leerplanontwikkeling voor onderwijs in meertalig perspectief (2). Omdat het praktisch gezien onmogelijk was onderzoek te doen bij alle gebruikers, is besloten tamelijk willekeurig twee scholen te vragen een boekje uit de serie te gebruiken in de lessen Nederlands. Het betreft een zogenaamde 'Witte' school (ongeveer 15-20% allochtone leerlingen) in een middelgrote stad en een zogenaamde 'zwarte' school (ongeveer 90% allochtone leerlingen) in een grote stad. Er werd op elke school een leraar Nederlands bereid gevonden een serie lessen te geven met het boekje Jacinta, verhalen uit Peru. In beide gevallen betrof het een brugklas. Op de 'witte' school (een lbo/mavo), verder school W, ging het om een klas met 15 leerlingen waarvan 3 allochtone (Turks en Marokkaans) en 12 Nederlandse. De lessen werden gegeven in het kader van bijles Nederlands voor leerlingen die nog enige ondersteuning op dit gebied konden gebruiken. Op de zwarte school (een mavo/havo/vwo scholengemeenschap), verder school Z, betrof het een klas met uitsluitend buitenlandse leerlingen van zeer uiteenlopende nationaliteit. In beide scholen zijn alle lessen geobserveerd die aan de behandeling van 'Jacinta' werden besteed. Behalve audio-opnamen zijn daarbij observatie-aantekeningen gemaakt. Verder zijn de betrokken leraren vooraf allebei een keer geïnterviewd. Ook vonden er leerlingenbevragingen plaats en kon gebruik worden gemaakt van door de leraar per les van te voren gemaakte aantekeningen en lesvoorbereidingen. De observaties op school W vonden plaats in de periode oktober - december 1990; die op school Z in de periode november 1990 - februari 1991 (3).

De interviews met de leraren vonden plaats om iets te weten te komen over hun achtergronden. Beiden zijn tussen de 30 en 40 jaar oud en beiden zijn via omwegen in het onderwijs terechtgekomen. De leraar op school W heeft een mo-a opleiding Nederlands gedaan, terwijl de leraar op school Z via de pabo in het voortgezet onderwijs is terecht gekomen en dus eigenlijk geen specifieke opleiding heeft als leraar Nederlands in het VO. Beide leraren zeggen zelf belangstelling te hebben voor de positie van allochtone leerlingen in het onderwijs maar zijn toch min of meer per toeval op dit terrein actief geworden. Men kan niet zeggen dat ze vanuit bewuste, idealistische motieven met allochtone leerlingen zijn gaan werken,

6

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties