taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 5

Vijfde conferentie Het Schoolvak Nederlands
P.M. Nieuwenhuijsen
1992
270 pagina's

Yolande Emmelot, Kees de Glopper, Ron Oostdam *)

ARGUMENTATIE IN DE CVEN-VOORSTELLEN; CONSEQUENTIES VOOR HET ONDERWIJSAANBOD

1. Inleiding

Jarenlang kon de inhoud van de eindexamens Nederlandse Taal en Letterkunde voor havo en vwo op de achterkant van een luciferdoosje omschreven worden. Met de voorstellen van de CVEN (1991) lijkt aan die situatie voorgoed een einde te zijn gekomen. Twee jaar na haar instelling heeft de commissie in april 1991 een document van meer dan 30 pagina's gepubliceerd. Deze Voorstellen voor de vernieuwing van de eindexamenprogramma's Nederlandse taal en letterkunde voor v.w.o. en h.a.v.o. bevatten zeer specifieke omschrijvingen van de exameninhoud. De voorstellen betreffen drie examenonderdelen: taalvaardigheid, taalkunde en letterkunde. Wat betreft taalvaardigheid zijn de exameninhouden voor havo en vwo identiek.

Bij het onderdeel taalvaardigheid, dat uiteenvalt in mondelinge taalvaardigheid, lees- en schrijfvaardigheid, nemen argumentatieve en beschouwende teksten een prominente plaats in. Het centraal examen bestaat uit het schrijven van een betoog of een beschouwing en uit het lezen van tenminste twee teksten, waaronder een beschouwing of een betoog en een uiteenzetting. De opdrachten bij de leesteksten verlangen interpretatie, analyse en beoordeling. De beschouwende of betogende tekst moet tevens kort worden samengevat. In het schoolonderzoek moet letterkunde aan de orde komen en mogen taalkunde (als experiment), schrijfvaardigheid (redactionele beoordeling en herschrijven van informatieve brieven) en mondelinge taalvaardigheid getoetst worden. Ook wat betreft de mondelinge taalvaardigheid gaan de voorstellen van de commissie vooral in de richting van de beschouwende en betogende tekstfunctie.

De commissie legitimeert de prominente positie van argumenteren en beschouwen door te verwijzen naar de resultaten van het behoeftenonderzoek dat door de SCO is uitgevoerd (De Glopper & Van Schooten 1990). Uit dit onderzoek is gebleken dat de grootste tekorten in taalvaardigheid zich voordoen bij de produktie en receptie van teksten met een argumentatieve of beschouwende functie. Zo bezien is de nadruk op argumenteren en beschouwen zeker gerechtvaardigd. Toch moet de vraag gesteld worden of de commissie andere tekstfuncties niet verwaarloost. Bij rapporterende (of informatieve) teksten doen zich ook tekorten voor. Bovendien worden teksten met een informatieve functie het meest gebruikt. In een terzijde en zonder nadere argumentatie stelt de commissie in de verantwoording van haar voorstel (CVEN 1991, 26) dat het schrijven van rapporterende teksten niet goed in

69

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties